Dagelijks archief: 31 augustus, 2026

Altijd met verwondering kijken. Overweging voor echtparen: Lucas 4,16-30.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 4,1630.

In die tijd kwam Jezus in Nazaret, waar Hij was grootge­bracht, ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen.
Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan. Hij opende de rol
en vond de plaats waar geschreven stond:
De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft.
Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien;
om verdrukten te laten gaan in vrijheid,
om een genade­jaar af te kondigen van de Heer.
Daarop rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten.
In de synagoge waren aller ogen gespannen op hem gevestigd.
Toen begon Hij hen toe te spreken: ‘Het Schriftwoord
dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.’
Allen bevestigden Hem hun instemming en verbaasden zich, dat woorden, zo vol genade
uit zijn mond vloeiden. Ze zeiden: ‘Is dat dan niet de zoon van Jozef?’
Hij zei hun: ‘Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden: Geneesheer, genees uzelf.
Doe al wat, maar wij hoorden, in Kafarnaum gebeurd is, nu ook hier in uw vaderstad.’
Maar Hij gaf er dit antwoord op: Voor­waar, Ik zeg u: geen profeet is heilzaam voor zijn eigen vaderstad.
En het is waar wat Ik u zeg: in de tijd van Elia immers, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef
en een grote hongersnood uitbrak over het hele land, waren er veel weduwen in Israel;
toch werd Elia tot niemand van hen gezonden, behalve tot een weduwe in Sarepta in het gebied van Sidon.
En in de tijd van de profeet Elisa waren er vele melaatsen in Israel;
toch werd niemand van hen gereinigd, behalve de Syrier Naaman.’
Toen ze dit hoorden, werden allen die in de synagoge waren, woedend.
Ze sprongen overeind, joegen Hem de stad uit en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg
waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten.
Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.
Woord van de Heer.

Altijd met verwondering kijken

Er is een zin die ons in het bijzonder kan aanspreken: “Is dit niet de zoon van Jozef?”. De inwoners van Nazareth kenden Jezus maar al te goed en juist daarom herkenden ze niet meer wie hij werkelijk was. Iets soortgelijks kan in het huwelijk gebeuren. Na vele jaren samen denken we dat we de ander volledig kennen: we weten hoe hij of zij denkt, hoe hij of zij zal reageren, wat hij of zij zal zeggen… en we kijken niet meer met verwondering en liefde naar de ander. We kunnen gaan denken: ‘Ik weet al hoe mijn man is’, ‘mijn vrouw doet altijd hetzelfde’. En dan luisteren we niet meer. De ander goed kennen betekent niet dat we hem of haar helemaal kennen. Liefde vereist dat we de persoon naast ons blijven ontdekken.

Het is ook opvallend dat Jezus juist niet wordt aanvaard door degenen die het dichtst bij Hem staan. Dit herinnert ons eraan dat nabijheid geen garantie is voor liefde. We kunnen fysiek heel dicht bij onze man of vrouw zijn en toch met ons hart ver weg zijn. We kunnen een huis, werk, kinderen en verantwoordelijkheden delen, maar we moeten elkaar weer echt leren kennen.

Als echtpaar zouden we ons kunnen afvragen:

Voelt mijn echtgenoot zich bij mij vrij om zichzelf te zijn?

Kijk ik nog steeds met bewondering naar hem of denk ik dat ik alles al van hem/haar weet?

Ben ik voor hem iemand die geneest of iemand die kwetst?

Ben ik bereid te aanvaarden dat God ook mijn hart wil veranderen via mijn echtgenoot?

Terug naar het huwelijksleven,

Antonio: Lucía, ik denk dat er in ons huwelijk iets is dat we nooit mogen verliezen: bewondering.

Lucía: Ja. Want als we al vele jaren samen zijn, kunnen we denken dat we de ander al kennen en niet meer verrast raken.

Antonio: En dan gaan we zijn of haar tekortkomingen meer zien dan zijn of haar deugden.

Lucía: Of we waarderen niet meer wat ons vroeger zo aantrok, omdat we eraan gewend zijn geraakt.

Antonio: Ik wil leren om elke dag naar je te kijken alsof ik nog steeds nieuwe dingen in je te ontdekken heb.

Lucía: En ik naar jou. Want we zijn niet meer dezelfde als toen we elkaar leerden kennen. We zijn gegroeid, we zijn veranderd en we hebben elkaar nog steeds dingen te bieden.

Antonio: Misschien is dat ook wat liefhebben is: de ander nooit als vanzelfsprekend beschouwen.

Lucía: Hem blijven bewonderen, dankbaar zijn voor wat hij doet en ons laten verrassen door wie hij is.

Antonio: Na al die jaren wil ik de vrouw aan mijn zijde blijven ontdekken.

Lucía: En ik de man van wie ik houd.

Antonio: Want als we ophouden met bewondering te kijken, houden we op met ontdekken.

Lucía: En als we blijven bewonderen, heeft de liefde altijd iets nieuws te zeggen.

Moeder,

Help ons om nooit te wennen aan de persoon die God aan onze zijde heeft geplaatst, om elke dag zijn of haar deugden te ontdekken en dankbaar te zijn voor het geschenk van zijn of haar leven. Gezegend en geprezen zij altijd Onze Heer