
Lezing uit het Heilige Evangelie volgens Matteüs 14, 1-12
In die tijd begon Jezus’ vermaardheid tot de viervorst Herodes door te dringen,
en hij zei daarom tot zijn hovelingen: ‘Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is uit de doden opgestaan; vandaar dat die wonderkrachten in hem werken.’
Want omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, had Herodes Johannes laten grijpen en geboeid in de gevangenis geworpen,
omdat hij tot hem gezegd had: ‘Het is u niet geoorloofd haar als vrouw te hebben.’
Daarom had Herodes hem eigenlijk ter dood willen brengen, waar hij was hiervoor teruggeschrokken omdat het volk hem voor een profeet hield.
Toen de dochter van Herodes echter op de verjaardag van Herodes voor het gezelschap danste, beviel zij hem
zo zeer dat hij een eed zwoer haar alles te zullen geven wat zij zou vragen.
Haar moeder had haar het antwoord ingescherpt en daarom zei ze: ‘Geef mij, hier nog, op een schotel het hoofd van Johannes de Doper.’
Ofschoon dit de koning aan zijn hart ging wilde hij toch, ook wegens zijn tafelgenoten, zijn eed gestand doen en hij gelastte het te geven.
Hij gaf daarom opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden.
Zijn hoofd werd op een schotel binnengebracht.
Zijn leerlingen kwamen het lijk halen en begroeven het; daarna gingen zij het aan Jezus melden.
In dit evangelie worden de twee houdingen tegenover elkaar geplaatst die we in elke levenssituatie kunnen aannemen: vrij handelen om de waarheid te verdedigen en zonder angst de wet van God aan de wereld verkondigen, niet om mensen te veroordelen, maar om hen tot bekering op te roepen, zoals Johannes de Doper deed, of handelen als slaven van menselijke angsten, van hartstochten, van wat anderen zullen zeggen, zoals koning Herodes, die Johannes gevangenzette omdat hij zijn zonde aan het licht bracht en hem doodde, meegesleept door zijn eigen holle woorden, uitgesproken om zijn gasten te behagen en om zijn in het openbaar gegeven woord niet te breken.
Echtgenoten, ook in het huwelijk kunnen we deze twee houdingen aannemen. Wanneer mijn echtgenoot mij op mijn zonde wijst en mij zegt wat niet goed is, heb ik twee keuzes: mijn zwakheid erkennen en, met Gods hulp, proberen mij te verbeteren, of doen zoals Herodes, mij tegen hem keren en hem gevangenzetten, omdat ik zijn correctie niet accepteer, omdat ik mijn zonde niet wil erkennen of ervan wil afzien. Wanneer we ons comfort, onze trots of de goedkeuring van anderen nastreven, raken we uiteindelijk verwijderd van de waarheid en de liefde, en kan er een moment komen waarop mijn angsten toenemen, zelfs tot het punt waarop ik mijn sacrament dood, een heiligschennis bega en God zelf, die ons verenigt en onder ons is, met voeten treed. Maar wanneer we Christus in ons hart laten heersen, zijn we in staat onze partner trouw lief te hebben, zelfs als dat afstand doen of opoffering betekent. Welke weg kies ik?
Terug naar het huwelijksleven:
Bij Luis en Lucía thuis:
Luis: Lucía, ik denk dat die avondjes uit met je vriendinnen je niet goed doen.
Lucía: Ik heb je al duizend keer gezegd dat je me met rust moet laten, dat ik doe wat ik wil, dat er niets mis is met uitgaan met mijn oude vriendinnen, dat het mijn leven is en dat je je er niet mee moet bemoeien.
Luis: Maar schat, ze voegen je niets goeds toe en ik zie dat het ons steeds verder uit elkaar drijft…
Lucía: Weet je wat ik je zeg? Ik ben je zat met al dat gezeur! Het is voorbij! Ik ben je slavin niet. Morgen vertrek ik meteen uit huis en rot toch op!
Bij Pedro en Patricia thuis:
Pedro: Patricia, ik denk dat die avondjes uit met je vriendinnen je niet goed doen.
Patricia: Ik denk niet dat we iets verkeerds doen, maar waarom zeg je dat?
Pedro: Ik heb het gevoel dat het je niets goeds oplevert, ik merk dat je van streek thuiskomt, en ik heb het gevoel dat het ons van elkaar verwijdert.
Patricia: Eerlijk gezegd hebben we het heel leuk, maar bijna altijd eindigen we met het roddelen over onze echtgenoten… Ik zie inderdaad in dat het me niets goeds oplevert, en als het me bovendien van jou verwijdert… Bedankt dat je me dit hebt verteld en me de ogen hebt geopend, Pedro. Jij komt voor mij op de eerste plaats, ik wil niet dat iets ons uit elkaar drijft.
Moeder,
leer ons elkaar werkelijk lief te hebben met de liefde van God, zoals Christus ieder van ons liefheeft en zijn Kerk liefheeft, met een zachtmoedig en nederig hart, opdat die vlam in ons huwelijk nooit mag doven. Gezegend en verheerlijkt zijt Gij, Moeder! Geprezen zij de Heer voor eeuwig!

