Categoriearchief: Sin categoría

Uw Koninkrijk is gekomen! Overweging voor echtparen: Matteüs 9,32-38.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 9,32-38.

In die tijd bracht men Jezus een stomme die door de duivel bezeten was.
Zodra de duivel was uitgedre­ven, begon de stomme te spreken. De mensen zeiden vol verbazing: ‘Nog nooit heeft men in Israël zo iets gezien.’
Maar de Farizeeën zeiden: ‘De vorst der duivels stelt Hem in staat de duivels uit te drijven.’
Jezus ging rond door alle steden en dorpen, waar Hij onderricht gaf in hun synagogen en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas.
Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder.
Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: ‘De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig.
Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.’
Woord van de Heer,

Uw Koninkrijk is gekomen!

Mijn lieve Jezus, heel erg bedankt dat U ons de weg wijst.

U zegt ons dat het Koninkrijk der Hemelen is gekomen! Heer, ik geloof in U. Ik weet dat U louter Liefde bent, dat U alles weet en dat U alles kunt. Als U zegt dat het Koninkrijk der Hemelen al is gekomen, dan is dat ook zo. Door Uw verlossing kunnen we Uw Koninkrijk nu al hier op aarde gaan beleven. Wat een wonder, Heer! Ik wil het nu al beleven! Maar hoe zit het dan met alle moeilijkheden en het lijden? U hebt ons het Koninkrijk beloofd, maar nooit gezegd dat er geen moeilijkheden zouden zijn. Het is alleen zo dat met U de moeilijkheden en problemen anders worden gedragen: ze worden omarmd en ze ontnemen ons Uw vrede niet.

Wat moet ik dan doen om Uw Koninkrijk te verwelkomen, om het nu al te gaan beleven? Ten eerste: de nederigheid hebben om te erkennen dat als ik geen leven en huwelijk leid zoals U dat zou willen, dat niet aan anderen ligt, maar aan mijn eigenliefde. Ten tweede: willen groeien in intimiteit met U, Uw oneindige Liefde ontdekken. Elke dag prioriteit geven aan het gebed om U en mijzelf te leren kennen. En ten derde: volharden op deze weg van gebed en zuivering van mijn eigenliefde, met concrete daden.

In het volste vertrouwen dat U dit zult doen, zult U mij met Uw Liefde vervullen, zodat ik het Koninkrijk der Hemelen hier en nu kan gaan beleven.

Toegepast op het huwelijksleven:

Luis: Lourdes, deze woorden van Christus spreken me erg aan. Is Zijn Koninkrijk werkelijk al gekomen? En al dat lijden dat er is?

Lourdes: Christus heeft ons verlost, Hij heeft ons gered! Door Hem zijn we kinderen van God! Hij heeft ons alles gegeven wat we nodig hebben om Zijn Koninkrijk nu al hier op aarde te gaan beleven. Het punt is dat we Hem dat niet toestaan. We zitten vol eigenliefde, vol onze eigen ideeën, vol het idee dat wij gelijk hebben… en zo kan Hij niet in ons hart regeren.

Luis: Ik verlang er enorm naar dat Hij de enige Koning van mijn hart is. Dat Hij mijn leven leidt. Help je me? Alleen lukt het me niet. Ik vind het moeilijk om uit mijn problemen te komen, door te zetten… Jezus is zo goed, zo geweldig, dat ik het aan Hem wil overlaten om mij te leiden.

Lourdes: Wat een vreugde om je te horen! Laten we er volop voor gaan. Hij is één en al Liefde en weet alles, dus laten we er alleen naar streven Zijn Wil te doen; als we Hem volgen, zullen we niet de fout ingaan. Zullen we morgen beginnen met ’s ochtends meteen te bidden en naar de mis te gaan? En laten we elk een dagelijks voornemen nemen en elkaar helpen die na te komen, oké?

Luis: Wat ben je geweldig! Laten we ervoor gaan!

Moeder,

Help me alstublieft om de wil van uw Zoon te doen. Alleen Zijn wil, en de mijne te vermijden. Gezegend en geprezen zij God!


Hij had medelijden. Overweging voor echtparen: Matteüs 9,32-38.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 9,3238.

In die tijd bracht men Jezus een stomme die door de duivel bezeten was.
Zodra de duivel was uitgedre­ven, begon de stomme te spreken. De mensen zeiden vol verbazing: ‘Nog nooit heeft men in Israël zo iets gezien.’
Maar de Farizeeën zeiden: ‘De vorst der duivels stelt Hem in staat de duivels uit te drijven.’
Jezus ging rond door alle steden en dorpen, waar Hij onderricht gaf in hun synagogen en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas.
Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder.
Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: ‘De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig.
Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.’
woord van de Heer.

Hij had medelijden.

Wat een mooie en zo noodzakelijke houding! Hoe vaak hebben we in ons huwelijk medeleven gemist? En daarom hebben we niet weten lief te hebben zoals Christus ons liefheeft, en hebben we onze partner in zijn of haar zonde in de steek gelaten.

Als we verdwaald zijn, omdat we van het pad zijn afgedwaald, willen we niet veroordeeld worden of met de vinger worden gewezen, maar we willen ook niet in de steek worden gelaten. Als we ons onwaardig voelen, vindt ons hart pas rust wanneer onze partner ons opneemt; juist dan hebben we het meest behoefte aan liefde van hem en van degenen waarvan we weten dat ze echt van ons houden, en dat is wat Jezus doet: Hij heeft medelijden en verlost ons.

Als we Christus willen volgen, moeten we dat niet alleen in woorden doen, maar ook in daden, en dat moet tot uiting komen in ons handelen. De menigten volgden Jezus omdat de andere ‘leiders’ niet consequent waren, maar Hij wel, en zo moeten wij ook zijn: Hem navolgen, medelijden hebben met onze partner en hem of haar liefhebben zoals Hij hem of haar liefheeft, en hem of haar helpen zijn of haar gaven te ontplooien zodat hij of zij kan worden tot wat hij of zij geroepen is.

Toegepast op het huwelijksleven:

Petrus: Belén, kun je me alsjeblieft helpen mijn portemonnee te vinden? Ik ben te laat voor mijn werk… Het zijn vast de kinderen die hem verstopt hebben. Ik heb je al duizend keer gezegd dat je strenger tegen ze moet zijn, anders nemen ze ons in de maling. Als je zou doen wat ik zeg, zou ik zeker niet in paniek naar mijn werk hoeven te gaan. Dit kan toch niet.

(’s Middags, wanneer Pedro thuiskomt)

Belén: Goedemiddag schat, hoe gaat het met je? Hoe ging het op het werk? Vanmorgen ben je een beetje boos vertrokken en ik heb gebeden om te weten wat ik zou kunnen doen om je te helpen, want ik zag hoe je leed. Dus heb ik de oppas gebeld en ik dacht dat we met z’n tweeën gaan eten in het restaurant hiernaast, we maken er een uitstapje van en dan vertel je me alles, wat vind je ervan?

Pedro: Tjonge, Belén, ik weet niet wat ik moet zeggen, je hebt me tot tranen toe geroerd. En ik dacht nog wel dat je me vanmorgen mijn manier van praten zou verwijten, dat ik boos en schreeuwend het huis uit ben gegaan… Maar ik zie geen oordeel in je blik, ik zie vergeving, ik zie medeleven, ik zie de Heer in jou, omdat je mijn lijden tot het jouwe hebt gemaakt. Je bent de beste, wat zou ik zonder jouw hulp moeten doen.

Belén: Maak je geen zorgen, schat, ik ben het die God dankt dat Hij mij de genade heeft gegeven om deze situatie vanuit Zijn Hart te dragen. Dus, als je het goed vindt, laten we Hem daarvoor bedanken tijdens ons korte gebedje voordat we gaan slapen, oké?

Pedro: Dat vind ik geweldig, je zult zien dat ik morgen, voordat ik van huis ga, als allerlaatste je een dikke afscheidskus zal geven!

Moeder,

We moeten de Heer kunnen vragen om ons te leren medeleven te tonen en elkaar lief te hebben zoals alleen Hij dat kan.

Eer en lof voor altijd aan de Heer!


Christus kan alles. Overweging voor echtparen: Matteüs 9,18-26.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 9,18-26.
Terwijl Jezus eens tot de menigte sprak, kwam er een overste naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer en zei:
‘Mijn dochter is zo juist gestorven: maar kom haar de hand opleggen, dan zal zij weer levend worden.’
Je­zus stond op en ging met hem mee, vergezeld van zijn leerlin­gen.
Plotseling naderde Hem van achteren een vrouw die al twaalf jaar lang aan vloeiin­gen leed,
en raakte de zoom van zijn mantel aan.
Want ze zei bij zichzelf: ‘Als ik alleen maar zijn mantel kan aanraken, zal ik al genezen zijn.’
Maar Jezus keerde zich om, en toen Hij haar zag sprak Hij: ‘Heb goede moed, dochter,
uw geloof heeft u genezen.’ En vanaf dat ogenblik was de vrouw gezond.
Toen Jezus in het huis van de overste kwam en de fluitspelers en het misbaar makende volk zag, sprak Hij:
‘Gaat heen, want het meisje is niet gestorven maar slaapt.’ Doch ze lachten Hem uit.
Toen al dat volk buitengezet was, trad Hij naderbij, greep haar hand en het meisje stond op.
Het verhaal hiervan deed de ronde door heel die streek.
Woord van de Heer

Christus kan alles.

In het huwelijk zijn er momenten waarop het lijkt alsof er iets is ‘gestorven’: de enthousiasme, de communicatie, de tederheid, het verlangen om de ander te begrijpen of de hoop op verandering. De hoofdman van de synagoge legt zich niet neer bij de dood van zijn dochter; hij gaat Jezus zoeken omdat hij gelooft dat waar menselijke krachten opraken, Hij nog steeds kan ingrijpen. Ook wij als echtgenoten zijn geroepen om samen naar de Heer te gaan wanneer we het gevoel hebben dat onze relatie niet meer te redden is. Het geloof neemt de moeilijkheden niet weg, maar opent de deur zodat God datgene wat verloren leek weer tot leven kan wekken. Wanneer Jezus bij het huis aankomt, beschouwen allen de situatie als hopeloos en lachen ze Hem uit. Ook een echtpaar kan stemmen horen die zeggen: „Dat is niet meer te redden”, “Jullie zullen niet veranderen”, “Het is onmogelijk om opnieuw te beginnen”. Jezus nodigt ons uit om dat lawaai en die defaitistische stemmen te verdrijven en een ruimte van geloof binnen te gaan. Pas dan neemt Hij het meisje bij de hand en richt haar op.

Elke echtgenoot kan zich afvragen: welk aspect van ons huwelijk heeft er vandaag behoefte aan dat Jezus het bij de hand neemt en het opricht? Misschien de communicatie, het vertrouwen, de vergeving of het gezamenlijk gebed.

Het goede nieuws van dit evangelie is dat Jezus niet alleen mensen geneest; Hij geeft ook het leven terug aan huwelijken die zich in Zijn handen overgeven. Waar echtgenoten blijven geloven – al is het maar één van de twee en al is het maar met een klein geloof zoals dat van de vrouw die Zijn mantel aanraakte – bestaat er altijd de mogelijkheid van een nieuw begin. Terwijl Jezus naar dat huis loopt, blijft Hij staan bij een vrouw die al twaalf jaar leed. Het lijkt misschien een onnodige vertraging, maar voor Jezus is niemand een onderbreking. In het huwelijksleven gebeurt iets soortgelijks: vaak draagt een van de twee stille wonden met zich mee die de ander nauwelijks waarneemt. Die persoon moet gehoord, opgevangen en genezen worden voordat hij of zij verder kan gaan. Liefhebben betekent ook stilstaan om de wond van de partner te verzorgen, ook al lijken onze eigen problemen urgenter.

De vrouw raakt slechts de zoom van Jezus’ mantel aan. Haar gebaar drukt een nederig vertrouwen uit. In het huwelijk kunnen kleine gebaren van genegenheid, een bemoedigend woord, een oprecht verzoek om vergeving of een omhelzing op het juiste moment het begin zijn van een grote genezing. God maakt vaak gebruik van het kleine om grote daden te verrichten.

Toegepast op het huwelijksleven:

Manuel: Loreto, dit evangelie heeft me aan het denken gezet… Wat als er in ons huwelijk een ‘kamer’ is waar we iets als verloren beschouwen?

Loreto: Nou, die zal er wel zijn… Soms beschouwen we geduld als verloren, soms romantiek… en soms zelfs de dialoog!

Manuel: Net als de synagogeleider zouden we dat aan Jezus moeten voorleggen in plaats van het als onmogelijk af te schrijven.

Loreto: En net als de vrouw uit het evangelie moeten we erop vertrouwen dat een klein gebaar alles kan veranderen. Een knuffel, een vriendelijk woord, je verontschuldigen…

Manuel: Het moeilijkste is om de ‘fluitblazers’ het zwijgen op te leggen, die stemmen die zeggen: ‘Jullie gaan niet meer veranderen’.

Loreto: Dan moeten we ze maar het huis uitgooien. We maken zelf al genoeg lawaai.

Manuel: Waar beginnen we dan?

Loreto: Door Jezus onze hand te laten pakken… en door jou die van mij vaker vast te houden. En als je me, naast het vasthouden van mijn hand, daarna ook nog eens uitnodigt voor een ijsje, denk ik dat de romantiek zelfs weer tot leven komt.

Manuel: Natuurlijk, mijn liefste. Want die kleine attenties zijn altijd heel belangrijk. Bedankt dat je me daar aan herinnert.

Moeder

van de Hoop, leer ons altijd naar Jezus te gaan wanneer in ons huwelijk de enthousiasme of de kracht om lief te hebben lijkt te verdwijnen. Gezegend en geprezen zij onze Heer Jezus Christus.

Christocratie. Commentaar voor echtparen: Matteüs 11,25-30

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 11,25-30.

In die tijd sprak Jezus: ‘Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen
verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze heb geopenbaard aan kleinen.
Ja, Vader, zo heeft het U behaagd.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader,
en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.
Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.
Neemt mijn juk op uw schou­ders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen,
want mijn juk is zacht en mijn last is licht.

Woord van de heer.

Christocratie.

Misschien vraag ik me af: ‘Waarom vind ik je niet, mijn Jezus?’ Misschien ligt het antwoord in een andere vraag: ‘Hoe zoek ik je in mijn hart?’ Via de meritocratie van wijzen en geleerden die denken dat ze jouw liefde en hun waardigheid kunnen ‘verdienen’ met goede daden en goede redenen. Of zoals de kleintjes, die erkennen dat alleen jouw liefde volstaat om waardig te zijn. Vermoeidheid of rust. Overwinning of vertrouwen. Doen of zijn. Meritocratie of Christocratie. Wat kies je?

Terug naar het huwelijksleven:

Maria komt na een zware dag uitgeput thuis. Ze treft de keuken rommelig aan en Juan is afgeleid door zijn mobieltje. Het eerste wat in haar hart opkomt, is de gedachte: ‘Ik ben altijd degene die het huishouden draaiende houdt. Als hij echt van me hield, zou hij dat beseffen en me helpen zonder dat ik erom hoef te vragen.’

Juan, die Maria’s boosheid aanvoelt, rechtvaardigt zichzelf ook in zijn hart: ‘Ze waardeert niet alles wat ik doe. Het is nooit genoeg.’ Beiden beginnen af te wegen wie het meest gelijk heeft en wie meer begrip verdient.

Maar al geruime tijd bidden María en Juan elke ochtend samen als echtpaar en proberen ze dat gebed de hele dag door voort te zetten via een voortdurende dialoog met de Heer, waarbij ze de Heilige Geest hun hart laten ordenen en hen leren elke situatie te bekijken vanuit de blik van Christus. Daarom nemen ze, voordat ze zich door trots laten meeslepen, even de tijd voor innerlijke stilte. Het is geen kwestie van zelfbeheersing, maar de vrucht van een leven in gebed, waardoor ze zich afvragen: „Heer, wat wilt U ons hier laten zien? Hoe zou U op dit moment liefhebben?“

Dan schenkt de Heilige Geest hen een nieuw inzicht. María ontdekt dat ze geen eisen hoeft te stellen om zich geliefd te voelen. Juan begrijpt dat hij zich niet hoeft te verdedigen om zijn waardigheid te behouden. Hij staat op en begint de keuken op te ruimen; zij bedankt hem voor het gebaar zonder verwijten. Geen van beiden heeft de ander overwonnen; beiden hebben Christus over hun trots laten heersen.

Zo ontdekken ze dat de rust waar Jezus over spreekt niet komt wanneer ze gelijk krijgen, maar wanneer ze ophouden met de last te dragen om zich voortdurend te moeten rechtvaardigen. Ze zijn overgestapt van de meritocratie – liefde verdienen – naar de Christocratie: Christus in hen laten denken, liefhebben en handelen.

Moeder,

Toon ons Uw Zoon, opdat Hij het is die in ons leven regeert. Moge Hij voor altijd gezegend en geprezen zijn, want met Zijn Bloed heeft Hij ons verlost.

Geloof hebben. Commentaar voor echtparen: Matteüs 9, 1-8

Evangelie van de dag

Lezing uit het heilige evangelie volgens Matteüs

In die tijd ging Jezus in een boot, stak over en kwam in zijn stad.
Men bracht een lamme die op een bed lag, naar Hem toe. Toen Jezus hun geloof zag, 
zei Hij tot de lamme: ‘Hebt goede moed, mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.’
Enkele schriftgeleerden zeiden nu bij zichzelf: ‘Die man spreekt godslasterlijk.’
Maar Jezus kende hun gedach­ten en zei: ‘Waarom denkt gij kwaad bij uzelf?
Wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden zijn u verge­ven: of: Sta op en loop?
Welnu, opdat ge zult weten, dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te verge­ven 
‑ en nu sprak Hij tot de lamme ‑: Sta op, neem uw bed en ga naar huis.’
En hij stond op en ging naar huis.
Toen de menigte dit zag, werd zij door ontzag bevangen en zij verheerlijkte God, 
die zulk een macht gegeven had aan mensen.

Woord van de Heer.
Geloof hebben.

We moeten God voortdurend danken voor het geloof, een prachtige gave die van Hem komt en die ik moet koesteren. In deze passage laat de Heer ons zien hoe we ons geloof moeten gebruiken: soms als dragers om onze vrienden dichter bij de Heer te brengen, en soms als verlamden die zich door anderen naar God laten brengen om Zijn vergeving te ontvangen. Als echtgenoten moeten we door middel van ons sacrament ons geloof versterken, door in het hart van onze partner te kijken om als dragers te handelen en hem of haar bij elke behoefte te helpen, maar ook om ons te laten helpen wanneer we verlamd zijn door onze zonde en via onze partner dichter bij de Heer te komen. Onze roeping brengt ons ertoe om Christus voortdurend in onze echtgenoot te zien en te handelen zoals God van ons verwacht, wetende wat er in zijn hart leeft en, wat het ook moge zijn, altijd bereid te zijn om ons over te geven en elkaar in alles te omarmen. De zonde verlamt onze ziel, omdat ze ons de genade van God doet verliezen en ons belet veel goede dingen te doen; een verlamde ziel laat het lichaam niet handelen, en dat lichaam, dat vergankelijk is, kan ons naar de ondergang leiden. Wat heeft een gezond lichaam voor zin als onze ziel verlamd is? Laten we niet moe worden om de genade van Gods vergeving te zoeken en altijd bereid zijn om onze echtgenoot op een draagbaar te dragen en ons leven te geven om hem dichter bij God te brengen.

Terug naar het huwelijksleven:

Pablo: Je broer heeft me boos gebeld en me het gesprek dat we gisteren tijdens de lunch met je familie hadden, voor de voeten geworpen. Niemand kan tegen hen op; ik ben het beu dat ze me altijd lastigvallen en dat ze, als ik me verdedig, zelf beledigd doen.
Marta: Daar ga je weer, altijd maar weer, mijn familie bekritiseren zodra je de kans krijgt en op zoek naar een gelegenheid om mij dat voor te houden.
Pablo: Zo is het niet en dat weet je. Ik doe altijd mijn best, maar het heeft geen zin. Zie je wel, hoe hard ik ook mijn best doe, jij staat altijd aan hun kant zonder te weten waar we het over hebben gehad.
Marta: Je hebt gelijk. Ik heb je bekritiseerd en veroordeeld voordat ik je vroeg waarom mijn broer boos was geworden. Ik merkte gisteren wel iets op, maar ik was meer bezig met mijn ouders en dacht dat het niets belangrijks was.
Pablo: En eigenlijk was het ook niet belangrijk, maar je kent je broer. Ik weet dat ik vroeger elk excuus aangreep om je familie te pesten, maar hoewel het me soms nog steeds moeite kost, doe ik mijn best om dat te laten merken.
Marta: Vergeef me dat ik me verdedigde zonder te weten waar het om ging. Zullen we samen gaan biechten, zodat we deze situatie in onze ziel kunnen oplossen?
Pablo: Biechten? Maar het was toch niet zo erg? Bovendien heb ik pas iets meer dan twee weken geleden gebiecht en heb ik niet zo veel om berouw over te hebben.
Marta: Soms denk ik hetzelfde: wat kan ik nou verwachten? Maar de genade van de biecht helpt me om beter in je hart te kijken, te zien wat erin zit en hoeveel moeite je doet voor de dingen die je het moeilijkst vallen.
Pablo: Nu heb jij gelijk. Ik ga met je mee en ga meteen biechten; dat doet me altijd goed, het helpt me om beter te worden, en ik maak van de gelegenheid gebruik om God te danken dat jij me helpt om dichter bij Hem te komen.

Moeder,

Toon ons, echtgenoten, wat we in ons hart dragen, om ons te helpen het te genezen en opdat ons geloof ons tot overgave mag leiden, altijd vertrouwend op genezing door de sacramenten. Gezegend en geprezen zij God.