Categoriearchief: Sin categoría

Verheugt u, wees niet bevreesd. – Commentaar voor echtparen: Matteüs 28, 1-10

Evangelie van de dag
Lezing uit het heilige evangelie volgens Matteüs
Na de sabbat, bij het aanbreken van de eerste dag der week, kwamen Maria Magdalena en de andere Maria naar het graf kijken.
Plotseling ontstond er een hevige aardbe­ving en een engel van de Heer daalde uit de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg en zette zich daarop neer.
Hij straalde als een bliksemschicht en zijn kleed was wit als sneeuw.
De bewakers begonnen van schrik voor hem te beven en het leven scheen uit hen geweken.
De engel sprak de vrouwen aan en zei: ‘Gij behoeft niet bevreesd te zijn; ik weet dat gij Jezus zoekt, de gekruisig­de.
Hij is niet hier. Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft; komt zien naar de plaats waar Hij gelegen heeft.
Gaat nu terstond aan zijn leerlingen zeggen: Hij is verrezen van de doden, en nu gaat Hij u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Dat had ik u te zeggen.’
Ter­stond gingen zij weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen.
En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zeide: ‘Weest gegroet.’ Zij traden op Hem toe, omklemde zijn voeten en aanbaden Hem.
Toen sprak Jezus tot hen: ‘Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien.’
Woord van de Heer.

Verheugt u, wees niet bevreesd.

Vandaag, op deze Stille Zaterdag, vergezellen wij onze Moeder in de stilte van het graf, in afwachting van het licht dat de verrijzenis van Christus met zich meebrengt. De aarde beeft, de steen verschuift, en een engel verkondigt ons wat onmogelijk leek: Jezus is verrezen! Zo ook in ons huwelijksleven lijkt soms alles stil, zwaar, zelfs dood, wanneer twijfels, angsten, vermoeidheid of eigenliefde ons hart lijken te beheersen. Vandaag nodigt Christus ons uit om verder te kijken dan onze duisternis, om het licht te ontdekken dat de zonde en de dood overwint, en om te leven in de waarheid van de liefde die het dagelijks leven verandert in een weerspiegeling van Zijn goddelijke liefde. Onze echtgenoot liefhebben met de Liefde van Christus is de verrijzenis dag na dag beleven: sterven aan egoïsme en geboren worden tot overgave, sterven aan trots en leven in gemeenschap. Net als de twee Maria’s die naar het graf gingen, ontbreekt het ons soms aan geloof om te geloven dat na het offer altijd het leven komt. We vinden het moeilijk te aanvaarden dat overgave uit liefde, ook al doet het pijn of houdt het afstand doen in, leidt tot volheid en vreugde. Christus verzekert ons dat Hij, zelfs in twijfel en angst, voor ons uitgaat en ons zegt: “Verheugt u”. Hij roept ons op getuigen te zijn van Zijn liefde en in gemeenschap met Hem te leven, opdat Zijn werk zichtbaar wordt in ons en door ons heen. Mogen we leren naar dat licht toe te gaan, onze echtgenoot te omhelzen en ware liefde te beleven, waar Christus herrijst en de hoop herboren wordt.

Toegepast op het huwelijksleven:

Maria: David, vandaag voelde ik tijdens het gebed dat onze liefde een verrijzenis heeft ondergaan. David: Verrijzenis?
Maria: Ja… vroeger hielden we van elkaar vanuit onszelf, door te meten, te vergelijken, van de ander te verwachten… en dat maakte het kwetsbaar.
David: Dat is waar, Maria… een zeer beperkte liefde.
Maria: Nu voel ik het echter anders, alsof het uit Christus voortkomt. Wanneer we ons door Hem laten vullen, kunnen we elkaar in vrede liefhebben, zonder eisen of angst.
David: En alles verandert… niet omdat de moeilijkheden verdwijnen, maar omdat er een bron is die onze liefde ondersteunt.
Maria: Precies, schat. Onze liefde leeft nu uit iets dat niet opraakt, omdat het voortkomt uit en ondersteund wordt door Christus, bron van leven en hoop.

Moeder,

Help ons om bij je Zoon te blijven in stilte en verwachting, zodat het licht van Zijn Verrijzenis altijd onze harten mag vullen. Gezegend en geprezen zijt Gij voor altijd, Heer!


Ik zal Uw lijden aanschouwen. Overweging voor echtparen: Matteüs 26, 14-25

Evangelie van de dag

Lezing uit het heilige evangelie volgens Matteüs

In die tijd ging een van de twaalf, Judas Iskariot geheten, naar de hoge­priester
en zei: ‘Wat wilt ge mij geven als ik Hem u in handen speel?’ Zij betaalden hem dertig zilverlingen uit.
En van toen af zocht hij een gunstige gelegen­heid om Hem over te leveren.
Op de eerste dag van het ongedesemde brood kwamen de leerlin­gen Jezus vragen: ‘Waar wilt Gij dat wij het paasmaal voor U gereed maken?’
Hij antwoordde: ‘Gaat naar de stad en zegt aan die en die: De Meester laat weten: Mijn uur is nabij; bij u wil Ik met mijn leerlingen het paasmaal hou­den.’
De leerlingen deden zoals Jezus hun had opgedra­gen en maakten het paasmaal gereed.
Toen de avond gevallen was, lag Hij met de twaalf leerlingen aan.
Onder de maaltijd sprak Hij: ‘Voor­waar, Ik zeg u: een van u zal Mij overleveren.’
Smartelijk getroffen begon de een na de ander Hem te vragen: ‘Ik ben het toch niet, Heer?’
Hij antwoordde: ‘Die met Mij zijn hand in de schotel steekt, zal Mij overleveren.
Wel gaat de Mensenzoon heen, zoals van Hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon wordt overgeleverd! Het zou beter voor hem zijn als hij niet geboren was, die mens!’
Judas, zijn verrader, nam ook het woord en zei: ‘Ik ben het toch niet, Rabbi?’ Hij antwoordde hem: ‘Gij zegt het.’
Woord van de Heer.
Ik zal Uw lijden aanschouwen.

Mijn geliefde Heer, wat doet dit tafereel pijn! Een van Uw vrienden die U verraadt. De anderen die aan zichzelf twijfelen. U, zo alleen.
Het doet nog meer pijn als ik besef dat ook ik U vaak in de steek heb gelaten. Erger nog, ook ik heb U voor een paar muntjes aan het kruis uitgeleverd. Elke zonde is U uitleveren voor die ‘muntjes’ die een moment van plezier zijn, een ‘ik heb er gewoon zo’n zin in’, een paar ongepaste woorden, een kritiek, een gebrek aan toewijding…
Heer, het doet me diep pijn dat ik U zo vaak aan het kruis heb uitgeleverd. Daar ligt U vreselijk te lijden, gegeseld, genageld, verscheurd… door mijn zonde.
Mijn goede Jezus, ik wil niet meer zondigen. Deze heilige dagen zal ik Uw Passie aanschouwen, vervuld van pijn om wat ik U heb aangedaan. Vervuld van berouw om het nooit meer te doen. Vervuld van liefde voor wat U voor mij hebt gedaan, omdat U Uzelf tot de dood hebt overgeleverd voor mijn redding.
En vol hoop om alle barmhartigheid en genade te ontvangen die uit Uw doorboorde Hart stroomt, om met de kracht van Uw Heilige Geest een leven van gebed en sacramenten te leiden, dat zondigen afwijst, dat alleen maar vervuld wil worden van Uw Liefde om zich over te geven zoals U, om te liefhebben zoals U.
Ik hou zo veel van U, Heer! Duizendmaal dank voor alles.

Toegepast op het huwelijksleven:

Catarina: Albert-Jan, ik wil dat deze Goede Week bijzonder wordt. Dat we de Heer echt begeleiden in zijn Passie. Dat we ons bewust zijn dat Hij zich voor ons heeft overgegeven. Dat die “angst tot op het punt van sterven”, dat bloedzweet, die zweepslagen, die marteling, die kruisiging, voor ons waren.
Albert-Jan: Ja, het is ongelooflijk wat Hij voor ons heeft moeten doen. Het maakt me zo verdrietig dat ik me niet bewust was van de ernst van mijn zonden. Elke zonde van mij betekende die marteling voor Hem. Ik weet dat Zijn Barmhartigheid mij in de biecht heeft vergeven. Maar aangezien elke toekomstige zonde van mij meer pijn aan Zijn marteling zal toevoegen, wil ik niet meer zondigen. Ik weet dat ik een zondaar ben, maar ik ga er alles aan doen om niet meer te vallen. Vastberaden een leven leiden van gebed en sacramenten en een weg van zuivering van mijn hart, om, met Zijn genade, Hem meer lijden te besparen.
Catarina: Ja, en in de hoop te weten dat uit Zijn doorboorde Hart alles komt wat we nodig hebben om die weg van heiligheid te bewandelen. We hebben geen excuus, Hij heeft ons alles gegeven wat we nodig hebben om dit te bereiken. Laten we er vastberaden voor gaan!

Moeder,

Help ons deze heilige dagen uit Uw Hand te leven, zoals U, dicht bij Uw Zoon. En vol dankbaarheid. Gezegend en geprezen zij God!


Wie ben jij? – Commentaar voor echtparen: Johannes 13, 21-33. 36-38

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilige Evangelie volgens Johannes

In die tijd toen Jezus met de leerlingen aan tafel aanlag werd Hij ontroerd en verklaar­de: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een van u zal mij overleveren.’
De leerlingen keken elkaar aan, in het onzekere wie Hij bedoelde.
Een van de leerlingen, degene die door Jezus bemind werd, lag dicht tegen Jezus aan.
Simon Petrus gaf hem een teken en vroeg hem: ‘Wie bedoelt Hij?’
Toen leunde deze tegen Jezus’ borst en zei tot Hem: ‘Heer, wie is het?’
Jezus antwoordde: ‘Hij is het aan wie Ik het stuk brood zal geven dat Ik ga indopen.’ Na het stuk brood te hebben ingedoopt, reikte Hij het toe aan Judas Iskariot.
En toen hij dit had aangenomen, voer de satan in hem. Jezus zei hem: ‘Wat gij te doen hebt, doe dat spoedig.’
Maar niemand van de aanliggenden begreep waarom Hij dit tot hem zei.
Omdat Judas de beurs hield, meenden sommigen dat Jezus hem opdroeg: ‘Koop wat wij voor het feest nodig hebben ‘, of dat hij iets aan de armen moest geven.
Toen hij het stuk brood had aangenomen, ging hij terstond weg. Het was nacht.
Na diens vertrek zeide Jezus: ‘Nu is de Mensenzoon verheerlijkt en God is verheerlijkt in Hem.
Als God in Hem verheer­lijkt is, zal God ook Hem in zichzelf verheerlij­ken, ja, Hij zal Hem spoedig verheerlijken.
Kindertjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn. Gij zult Mij zoeken, en zoals Ik tot de Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen, zo zeg Ik het thans tot u.
Simon Petrus zei Hem: ‘Heer, waar gaat Gij naar toe?’ Jezus gaf hem ten ant­woord: ‘Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen, later wel.’
Petrus vroeg Hem: ‘Heer, waarom kan ik U niet terstond volgen? Mijn leven zal ik voor U geven.’
Jezus antwoordde: Uw leven zult gij voor Mij geven? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Nog eer de haan kraait, zult ge Mij driemaal verloochend hebben.’
Woord van de Heer.

Wie ben jij?

Als we dit evangelie lezen en even bij onszelf te rade gaan, zien we dat we soms meer op de ene of de andere discipel lijken, en dat we moeten ‘kiezen’ wat voor soort partner we willen zijn:
Soms kunnen we zijn zoals Judas: meer van onszelf houden dan van God, en daardoor niet in staat zijn om van iemand anders te houden. Ogenschijnlijk trouw, maar diep in ons hart weten we dat we onze partner verraden wanneer we maar kunnen, omdat we ons eigen voordeel en geluk boven dat van anderen stellen.
Op andere momenten kunnen we Petrus zijn: waarbij in bepaalde situaties de strijd ontstaat tussen onze eigenliefde en de liefde voor God. We zijn trouwe en toegewijde echtgenoten, maar af en toe bekruipt ons de angst en twijfelen we of we een verkeerde keuze hebben gemaakt in ons huwelijk, twijfelen we aan de gave die onze echtgenoot is.
En we kunnen ook als Johannes zijn: wanneer we een zuivere en volledig toegewijde liefde voor God belijden, een liefde zonder dubbelzinnigheid, waarmee we standvastig blijven in onze verbintenis omdat we verenigd zijn met de Heer en het is die eenheid die ervoor zorgt dat ons sacrament elke dag groeit en vernieuwd wordt.
Zoals we kunnen zien, hangt het niet af van wat wij willen, maar is het de soort verbintenis die we met de Heer hebben die bepaalt wat voor ‘discipel-echtgenoot’ we kunnen worden.

Toegepast op het huwelijksleven:

Alex: Ana, ik herinner me dat toen we trouwden, ik dat deed omdat ik wilde dat jij me gelukkig zou maken; ik zocht boven alles mijn eigen geluk. Jij was als een ‘middel’ om dat te bereiken.
Ana: Ik begrijp je, Alex… het is waar dat je op dat moment niet erg verbonden was met de Heer en soms was die interesse van jou merkbaar in de manier waarop je dingen deed.
Alex: Ja… Godzijdank begon ik beetje bij beetje te begrijpen waar dit allemaal om draaide en besefte ik dat ik er ook veel voor moest doen, hoewel ik af en toe twijfels had en er in die tijd momenten waren dat ik me afvroeg of ik een fout had gemaakt door met jou te trouwen.
Ana: Ik herinner me die jaren nog goed, het waren zware jaren, maar ik klampte me vast aan de Heer en bad Hem om veel kracht en om trouw te blijven, zodat Hij jou zou helpen te geloven in het sacrament zoals Hij het bedoeld had.
Alex: Dankzij het Project liet de Heer me inzien dat we in ons huwelijk op Hem moesten rekenen, dat dit niet alleen een zaak van ons tweeën was, en zo begon ik ervoor te strijden, met gebed en sacramenten.
Ana: Inderdaad, nu zijn we een nieuw huwelijk, omdat we het allebei hebben gegrondvest op onze liefde voor God, waardoor Hij in onze harten en midden in ons huwelijk is. De Heer kan alles nieuw maken!

Moeder,

Dank U dat U ons naar Uw Zoon hebt geleid en ons onder Uw mantel beschermt.
Gezegend en geprezen zij de Heer!


Aandacht voor het detail. Commentaar voor echtparen: Johannes 12, 1-1

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilige Evangelie volgens Johannes

 

Zes dagen voor Pasen kwam Jezus te Betanië, waar Lazarus woonde, die Hij uit de doden had opgewekt.
Men gaf daar ter ere van Hem een maaltijd. Maria bediende en Lazarus was een van degenen die met Hem aanlagen.
Maria nu nam een pond nardusbal­sem, echte en heel kostbare, zalfde daarmee Jezus’ voeten en droogde ze met haar haren af. Het huis hing vol balsem­geur.
Daarop zei Judas Iskariot, een van zijn leerlingen, dezelfde die Hem zou uitleveren:
‘Waarom is die balsem niet voor driehon­derd denaries verkocht en het geld aan de armen gege­ven?’
Hij zei dat, niet omdat hij bezorgd was voor armen, maar omdat hij een dief was en uit de beurs die hij bewaarde, wegnam wat erin kwam.
Jezus echter zei: ‘Laat haar begaan. Zij heeft dit gebruik onderhou­den, vooruitlopend op de dag van mijn begrafenis.
Want de armen houdt gij altijd bij u. Mij echter niet altijd.’
Intussen waren heel veel Joden te weten gekomen dat Jezus daar was, en kwamen erheen niet alleen omwille van Jezus, maar ook om Lazarus te zien die Hij uit de doden had opgewekt.
De hogepries­ters besloten toen ook Lazarus uit de weg te ruimen,
omdat om hem veel Joden wegliepen en in Jezus geloofden.

 
Woord van de Heer.
 
 
Aandacht voor het detail

Soms lijkt onze liefde heel erg op dat huis in Betanië: er zijn dagen van routine, van stille dienstbaarheid, van samen aan tafel zitten… en zonder dat we het doorhebben, is Jezus daar, midden onder ons. De houding van Maria is heel indrukwekkend. Ze berekent niets, ze weegt niets af, ze houdt niets voor zichzelf. Ze houdt gewoon van… en dat is te merken. Ze schenkt het beste wat ze heeft, zonder bang te zijn dat het te veel is. Misschien hebben wij, met de tijd, geleerd om meer met voorzichtigheid dan met passie lief te hebben: precies genoeg geven, ervoor zorgen dat we niet “te ver gaan”, wachten tot de ander eerst geeft. En toch is de liefde die het huwelijk echt verandert, die liefde die vooruitloopt, die verrast, die zich geeft zonder rekening te houden. Dat onbaatzuchtige gebaar, dat detail dat ‘niet nodig’ was, die tederheid die de routine doorbreekt… dat is de geur die het huis weer vult.
Ook Judas verschijnt, en hij is dichterbij dan het lijkt. Hij zit in die innerlijke stemmen die ons zeggen: ‘het is het niet waard’, ‘waarom al die moeite?’, ‘er verandert toch niets’. Als we daar naar luisteren, wordt de liefde kil, praktisch… en verliest ze haar schoonheid.
Vandaag fluistert dit evangelie ons iets heel eenvoudigs toe: laten we niet ophouden ons huwelijk te parfumeren. Laten we niet ophouden met onbaatzuchtige gebaren, met aandacht voor de kleine dingen, met grenzeloos liefhebben.
Want wanneer een van de twee het aandurft om zo lief te hebben, verandert er iets. En beetje bij beetje wordt het hele huis – ons hele leven – weer gevuld met die “aangename geur” die ons eraan herinnert waarom we deze weg samen zijn ingeslagen.

Toegepast op het huwelijksleven:

Alex: Vandaag las ik het evangelie van Betanië… en ik weet niet, het deed me aan ons denken. Door hoe Maria zich gedraagt… dat onvoorwaardelijk liefhebben. Het maakt indruk op me hoe ze de parfum uitgiet zonder na te denken of het veel of weinig is. En ik realiseerde me dat ik, vaak, bij jou precies het tegenovergestelde doe.
Iris: Wat bedoel je?
Alex: Dat ik bereken. Soms denk ik “ik heb vandaag al genoeg gedaan”, of “nu is het haar beurt”… en dan vergeet ik je gewoon lief te hebben zonder te rekenen.
Iris: (glimlacht) Nou, je bent niet de enige… ik doe dat soms ook. Het is alsof de liefde praktisch en efficiënt wordt… maar minder mooi.
Alex: Ja… en dan is er dat stemmetje à la Judas… “waarom al die moeite?”, “het verandert toch niets…”.
Iris: Oef, die ken ik maar al te goed. Vooral op slechte dagen.
Alex: Maar dat van Maria raakte me. Want haar gebaar leek overdreven… en Jezus houdt haar niet alleen niet tegen, maar verdedigt haar zelfs, alsof hij zegt: dat is echte liefde, die niet bang is om te veel te zijn. En ik dacht: het is al een tijdje geleden dat ik “parfum over je heb uitgestort”.
Iris: Parfum?
Alex: Ja… kleine attenties zonder reden, tijd zonder haast, liefde zonder dat je erom vraagt… die dingen die vroeger vanzelf gingen.
Iris: (met zachtere stem) Ik zou daar ook graag naar terug willen…
Alex: Zullen we dan opnieuw beginnen? Zonder te wachten tot de ander eerst verandert.
Iris: En dat het huis zich vult met de geur… hopelijk gebeurt dat hier ook.
Alex: Laten we het dan proberen. Ik begin vandaag.
Iris: (lachend) Oké… maar pas op, blijf niet halverwege hangen.

Moeder,

U die zo onvoorwaardelijk wist te liefhebben, leer ons ons huwelijk te leven met een genereus en toegewijd hart. Gezegend zijt U voor altijd, Moeder

Wat doen we? Overweging voor echtparen: Johannes 11,45-57

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilige Evangelie volgens Johannes

Vele Joden, die naar Maria waren gekomen en zagen wat Jezus gedaan had, geloof­den in Hem.
Enigen van hen gingen echter naar de Farizeeën om hun te vertellen wat Jezus gedaan had.
De hogepriesters en Farizeeën belegden daarop een zitting van het Sanhedrin en zeiden: ‘Wat doen we?’ Want die man verricht veel wonde­ren.
Als wij Hem zijn gang laten gaan, zullen ze allemaal in Hem geloven. Dan zullen de Romeinen komen en met de heilige plaats ook ons volk wegvagen.’
Maar een van hen, Kajafas, die in dat jaar hogepriester was, zei hun: ‘Gij begrijpt er niets van;
ge denkt er niet aan, dat het beter voor u is, dat er een mens voor het volk sterft dan dat het hele volk ten onder gaat.’
Dat zei hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester in dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk,
en niet voor het volk alleen, maar ook om de verstrooide kinderen van God samen te brengen.
Van die dag af waren ze besloten Hem te doden.
Jezus bewoog zich daarom niet meer openlijk onder de Joden, maar vertrok vandaar naar de streek bij de woestijn, en wel naar de stad Efraim, waar Hij met zijn leerlingen verbleef.
Toen echter het paasfeest van de Joden op handen was, gingen velen uit die streek voor Pasen naar Jeruzalem om zich te reinigen.
Ze zochten naar Jezus en zeiden tot elkaar, terwijl ze in de tempel stonden: ‘Wat dunkt u? Zou Hij niet naar het feest komen?’
Woord van de Heer.

Wat doen we?

In dit evangelie zien we de reactie van de mensen die getuige waren van de opstanding van Lazarus; bij dit teken geloofden velen in Jezus, maar anderen, die hetzelfde zagen, sloten hun hart en verwierpen Hem; het is niet zo dat ze onverschillig bleven, maar ze besloten Hem ter dood te brengen.
Tegenover Jezus zijn er slechts twee houdingen mogelijk: Hem aanvaarden of Hem afwijzen. Wat is mijn houding? Neem ik Hem aan en geloof ik in Hem met alle gevolgen van dien, of zoek ik excuses en wijs ik Hem af? Want de logica van God staat zo ver af van de menselijke, dat Hem verwelkomen een radicale verandering in mijn leven betekent, die me leidt naar iets waar ik geen controle over heb, dat afwijkt van mijn criteria, dat mijn plannen verandert en me uit mijn comfortzone haalt… Ben ik bereid tot dat avontuur? Of geef ik er de voorkeur aan mijn leven zelf te beheersen, en wijs ik Hem daarom af en dood ik Hem in mijn hart?
In ons huwelijk geeft de Heer veel tekenen, maar als ons hart niet aandachtig en bereid is om Hem te herkennen, blijven ze onopgemerkt. Echtgenoten, laten we waakzaam zijn om de tekenen van Jezus te zien, en laten we Hem verwelkomen, laten we op Hem vertrouwen, want Hij heeft ons een enorm en eeuwig geluk beloofd. En de Heer komt Zijn Woord altijd na.

Toegepast op het huwelijksleven:

Paola: Nelson, wat vind je ervan als we komend weekend, in plaats van naar het huisje in de bergen te gaan, gaan helpen bij een retraite?
Nelson: Maar Paola, schat, je weet dat we dat uitje al weken geleden gepland hebben. En ik kijk er erg naar uit. Waarom nu ineens die verandering?
Paola: Sandra belde me namelijk op en zei dat er een echtpaar zou komen helpen, maar dat hij ziek is geworden en ze uiteindelijk niet kunnen komen.
Nelson: En heeft ze je gevraagd of wij willen gaan?
Paola: Nee, eigenlijk niet. Maar ik merkte dat ze bezorgd en een beetje overweldigd was door de situatie, en ik dacht dat we ons konden aanbieden, dat het misschien een teken is dat wij moeten gaan.
Nelson: Net in het weekend dat we naar de bergen zouden gaan?
Paola: Nou, je weet dat Gods plannen zelden samenvallen met die van ons, en ons altijd uit balans brengen. Zullen we het in gebed voorleggen?
Nelson: Maar wat als er al een ander echtpaar is dat zich heeft aangeboden om te gaan in plaats van het echtpaar dat niet kan?
Paola: Dan is het blijkbaar niet Gods wil dat we deze keer gaan, en gaan we naar de bergen… vind je dat goed?
Nelson: Oké, goed, laten we bidden. Want het is waar dat wanneer God je roept, als je ja zegt, Hij je vervolgens met zegeningen overlaadt, en die zou ik niet willen missen…
 (En in gebed namen ze de beslissing om het in de handen van de Maagd te leggen; ze zouden zich de volgende dag aanbieden en, als er dan nog niemand die plek had ingenomen, zouden ze naar de retraite gaan en het uitje naar de bergen uitstellen tot later).

Moeder,

Leer ons om alert te zijn op de tekenen van God, en onze wil te onderwerpen, altijd bereid te zijn tot wat nodig is om de plannen te vervullen die Hij voor ons heeft, zoals U deed, door altijd Zijn wil te aanvaarden. Gezegend en verheerlijkt zijt Gij, Moeder! Geprezen zij de Heer voor altijd!