Categoriearchief: Sin categoría

Altijd met verwondering kijken. Overweging voor echtparen: Lucas 4,16-30.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 4,1630.

In die tijd kwam Jezus in Nazaret, waar Hij was grootge­bracht, ging volgens zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te lezen.
Ze reikten Hem de boekrol van de profeet Jesaja aan. Hij opende de rol
en vond de plaats waar geschreven stond:
De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft.
Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien;
om verdrukten te laten gaan in vrijheid,
om een genade­jaar af te kondigen van de Heer.
Daarop rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten.
In de synagoge waren aller ogen gespannen op hem gevestigd.
Toen begon Hij hen toe te spreken: ‘Het Schriftwoord
dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.’
Allen bevestigden Hem hun instemming en verbaasden zich, dat woorden, zo vol genade
uit zijn mond vloeiden. Ze zeiden: ‘Is dat dan niet de zoon van Jozef?’
Hij zei hun: ‘Natuurlijk zult ge Mij dit spreekwoord voorhouden: Geneesheer, genees uzelf.
Doe al wat, maar wij hoorden, in Kafarnaum gebeurd is, nu ook hier in uw vaderstad.’
Maar Hij gaf er dit antwoord op: Voor­waar, Ik zeg u: geen profeet is heilzaam voor zijn eigen vaderstad.
En het is waar wat Ik u zeg: in de tijd van Elia immers, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef
en een grote hongersnood uitbrak over het hele land, waren er veel weduwen in Israel;
toch werd Elia tot niemand van hen gezonden, behalve tot een weduwe in Sarepta in het gebied van Sidon.
En in de tijd van de profeet Elisa waren er vele melaatsen in Israel;
toch werd niemand van hen gereinigd, behalve de Syrier Naaman.’
Toen ze dit hoorden, werden allen die in de synagoge waren, woedend.
Ze sprongen overeind, joegen Hem de stad uit en dreven Hem voort tot aan de steile rand van de berg
waarop hun stad gebouwd was, om Hem daar in de afgrond te storten.
Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.
Woord van de Heer.

Altijd met verwondering kijken

Er is een zin die ons in het bijzonder kan aanspreken: “Is dit niet de zoon van Jozef?”. De inwoners van Nazareth kenden Jezus maar al te goed en juist daarom herkenden ze niet meer wie hij werkelijk was. Iets soortgelijks kan in het huwelijk gebeuren. Na vele jaren samen denken we dat we de ander volledig kennen: we weten hoe hij of zij denkt, hoe hij of zij zal reageren, wat hij of zij zal zeggen… en we kijken niet meer met verwondering en liefde naar de ander. We kunnen gaan denken: ‘Ik weet al hoe mijn man is’, ‘mijn vrouw doet altijd hetzelfde’. En dan luisteren we niet meer. De ander goed kennen betekent niet dat we hem of haar helemaal kennen. Liefde vereist dat we de persoon naast ons blijven ontdekken.

Het is ook opvallend dat Jezus juist niet wordt aanvaard door degenen die het dichtst bij Hem staan. Dit herinnert ons eraan dat nabijheid geen garantie is voor liefde. We kunnen fysiek heel dicht bij onze man of vrouw zijn en toch met ons hart ver weg zijn. We kunnen een huis, werk, kinderen en verantwoordelijkheden delen, maar we moeten elkaar weer echt leren kennen.

Als echtpaar zouden we ons kunnen afvragen:

Voelt mijn echtgenoot zich bij mij vrij om zichzelf te zijn?

Kijk ik nog steeds met bewondering naar hem of denk ik dat ik alles al van hem/haar weet?

Ben ik voor hem iemand die geneest of iemand die kwetst?

Ben ik bereid te aanvaarden dat God ook mijn hart wil veranderen via mijn echtgenoot?

Terug naar het huwelijksleven,

Antonio: Lucía, ik denk dat er in ons huwelijk iets is dat we nooit mogen verliezen: bewondering.

Lucía: Ja. Want als we al vele jaren samen zijn, kunnen we denken dat we de ander al kennen en niet meer verrast raken.

Antonio: En dan gaan we zijn of haar tekortkomingen meer zien dan zijn of haar deugden.

Lucía: Of we waarderen niet meer wat ons vroeger zo aantrok, omdat we eraan gewend zijn geraakt.

Antonio: Ik wil leren om elke dag naar je te kijken alsof ik nog steeds nieuwe dingen in je te ontdekken heb.

Lucía: En ik naar jou. Want we zijn niet meer dezelfde als toen we elkaar leerden kennen. We zijn gegroeid, we zijn veranderd en we hebben elkaar nog steeds dingen te bieden.

Antonio: Misschien is dat ook wat liefhebben is: de ander nooit als vanzelfsprekend beschouwen.

Lucía: Hem blijven bewonderen, dankbaar zijn voor wat hij doet en ons laten verrassen door wie hij is.

Antonio: Na al die jaren wil ik de vrouw aan mijn zijde blijven ontdekken.

Lucía: En ik de man van wie ik houd.

Antonio: Want als we ophouden met bewondering te kijken, houden we op met ontdekken.

Lucía: En als we blijven bewonderen, heeft de liefde altijd iets nieuws te zeggen.

Moeder,

Help ons om nooit te wennen aan de persoon die God aan onze zijde heeft geplaatst, om elke dag zijn of haar deugden te ontdekken en dankbaar te zijn voor het geschenk van zijn of haar leven. Gezegend en geprezen zij altijd Onze Heer


Op de drempel van het bovennatuurlijke. Overweging voor echtparen: Matteüs 16, 21-27

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Matteüs

In die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan; dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hoge­priesters en de schriftge­leerden, maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn op de derde dag zou verrijzen.
Toen nam Petrus Jezus ter zijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: ‘Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen!’
Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus: ‘ Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegin­gen en niet door wat God wil.’
En daarna tot zijn leerlingen: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.
Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden.
Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van eigen leven? Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijk­heid van zijn Vader, vergezeld van zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.


Op de drempel van het bovennatuurlijke

De heilige Johannes van het Kruis schreef:
“Om alles te kunnen waarderen, moet je nergens waarde aan hechten.
Om alles te bezitten, moet je nergens iets van willen bezitten.
Om alles te zijn, moet je nergens iets van willen zijn.
Om alles te weten, moet je nergens iets van willen weten.”

Petrus hield zo veel van Jezus dat hij Hem op de een of andere manier ‘toegeëigend’ had. Hij dacht te weten wat Jezus moest doen om Israël te redden. Daarom beviel wat Jezus verkondigde hem niet: het paste niet in zijn plannen.
Ook wij kunnen verstrikt raken in wat we leuk vinden, in wat we hebben, in wat we denken te worden of in wat we menen te weten … en Zijn plan afwijzen, waardoor we op de drempel van het bovennatuurlijke blijven staan en niets minder dan de verrijzenis mislopen.
Gods liefdesplan voor ons huwelijk houdt in dat ik mijn kruis opneem. En mijn kruis is ook die dagelijkse strijd tegen de verlangens en gehechtheden die mij tot slaaf maken en de gemeenschap met mijn echtgenoot en met God, die het Al is, in de weg staan. Wees moedig!!!! Alleen God is genoeg.

Terug naar het huwelijksleven:

Juan: María, ik zit in een dip. Elke zondag hoor ik: heb je vijand lief, vergeef zeventig maal zeven keer, keer de andere wang toe, geef je leven, oordeel niet, heb lief zoals Christus… En ik leef daar helemaal niet naar. Het lijkt wel sciencefiction. Ik streef ernaar, maar ik kom er niet. Ik heb het gevoel dat ik al het bovennatuurlijke misloop.
María: Ik begrijp je. Dat overkomt mij ook. Maar ik herinner me iets van Sint-Johannes van het Kruis: „Om te komen tot wat je niet bevalt, moet je gaan waar je het niet naar je zin hebt; om te komen tot wat je niet weet, moet je gaan waar je het niet weet; om te komen tot wat je niet bezit, moet je gaan waar je het niet bezit; om te komen tot wat je niet bent, moet je gaan waar je niet bent.”
Juan: Wat bedoel je daarmee?
María: Dat we misschien het bovennatuurlijke willen bereiken door altijd te gaan waar we van houden, wat we kennen en wat we onder controle hebben. En zo lopen we mis wat God voor ons in petto heeft: juist datgene wat ons hart nog niet heeft geproefd en wat het zo hard nodig heeft.
Juan: En hoe doen we dat?
María: Zullen we het echtelijk gebed weer oppakken? We beginnen vol enthousiasme, maar uiteindelijk passen we het aan onze eigen voorkeuren en maatstaven aan. Laten we trouw zijn, echt naar Hem luisteren en de moed hebben om te aanvaarden wat Hij ons voorstelt.
Juan: Ook al leidt dat ons naar waar we niet heen willen…
María: Juist daarheen.

Moeder,

Leer ons het kruis op te nemen dat ons naar Uw Zoon leidt. Moge Hij voor altijd gezegend en geprezen zijn, want met Zijn Bloed heeft Hij ons verlost.

Rechtvaardig en heilig. Overdenking voor echtparen: Marcus 6:17-29

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilige Evangelie volgens Marcus

In die tijd had Herodes Johannes laten grijpen en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want hij had haar tot zijn vrouw genomen.
Johannes had immers tot Herodes gezegd: ‘Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben.’
Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem doden, maar zij kreeg geen kans,
want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was, 
en nam hem in bescher­ming. Telkens wanneer hij hem gehoord had, 
verkeerde hij in tweestrijd; maar toch luisterde hij graag naar hem.
Er kwam echter een gunstige dag, toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte 
voor zijn hoogwaardig­heidsbekleders, zijn hoofdofficie­ren en de vooraanstaanden van Galilea.
De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten. 
De koning zei tot het meisje: ‘Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven.’
En hij bevestigde haar met een eed: ‘Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al is het de helft van mijn koninkrijk.’
Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: ‘Wat zou ik vragen?’ 
Deze ant­woordde: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’
Zij haastte zich naar de koning en zei hem haar verlangen: 
‘Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft.’
Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgeno­ten wilde hij haar niet afwijzen.
Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem 
het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofdde hem in de gevangenis.
Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje; 
het meisje gaf het weer aan haar moeder.
Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.

Rechtvaardig en heilig

Vandaag vieren we het martelaarschap van de heilige Johannes de Doper, de eerste martelaar die opkwam voor de waarheid van het huwelijk. Zijn missie was om de weg te bereiden voor de ontmoeting met Jezus, de harten voor te bereiden, en door zich onderdanig te tonen aan de wil van God – zelfs tot het offeren van zijn leven – deed hij dit door de mensen op te roepen tot bekering en bij elke gelegenheid de waarheid te verkondigen. En dat maakte hem rechtvaardig en heilig.
Ook wij, als echtgenoten, zijn geroepen om Johannes de Doper voor de ander te zijn, om elkaar te helpen onze harten voor te bereiden en op de weg naar de ontmoeting en de vereniging met Jezus. Maar niet door oplegging of controle, want wij zijn niet de bron van het welzijn van de ander: de bron van al het Goede is God. Wij zijn instrumenten en beheerders van dat Goede, geroepen om het te ontvangen en aan elkaar te schenken.
Mijn echtgenoot is een geschenk van God, maar hij is niet mijn eigendom. Liefhebben is niet hetzelfde als bezitten: wie liefheeft, streeft het welzijn van de geliefde na en wil hem of haar behagen, met respect voor zijn of haar vrijheid. De Catechismus herinnert ons eraan dat „er geen ware vrijheid bestaat behalve in de dienst aan het goede en aan de gerechtigheid“ (CKK 1733). De vrije wil stelt ons in staat te kiezen; de wil van God wijst ons het goede aan waartoe wij geroepen zijn. Onze vrijheid bereikt haar volheid wanneer we vrijelijk voor dat Goede kiezen en ons verenigen met de liefdevolle wil van God.
Daarom zijn wij, echtgenoten, die elkaar beloofd hebben elkaar elke dag van ons leven lief te hebben en te respecteren, geroepen om dat respect in het bijzonder te beleven wanneer het erom gaat de ander te begeleiden op zijn of haar weg naar Christus, ook al hebben we verschillende ritmes; het huwelijk bestaat erin ons aan elkaar over te geven, onze gaven in dienst te stellen van het algemeen welzijn, en elkaar te helpen groeien in de innige band met Christus, zonder een rem te zijn voor de ander en altijd op zoek te zijn naar het ware welzijn van de echtgenoot en van het hele gezin.
God zelf respecteert onze vrijheid en wacht op ons ‘ja’; ook Maria leidt ons als Moeder naar Hem toe zonder zich op te dringen. Daarom zijn we in het huwelijk geroepen om elkaar te begeleiden zonder een obstakel te vormen, de persoonlijke ontmoeting met Christus te bevorderen, zorg te dragen voor het gezamenlijk gebed en samen te wandelen, ieder op zijn eigen tempo, en ook onze kinderen te helpen die weg te bewandelen naar ons ware doel: de hemel.

Toegepast op het huwelijksleven:

Beatrix: Bruno, ik ben uitgenodigd om dit weekend op retraite te gaan. Als ik erover bid, voel ik dat de Heer dit op mijn pad legt om dichter bij Hem te komen.
Bruno (zwijgt, maar van binnen doet het hem pijn dat zijn vrouw een weekend weg wil, ver van hem vandaan. De volgende dag, nadat hij erover heeft gebeden, zegt hij tegen haar): In eerste instantie wilde ik nee tegen je zeggen. Ik dacht aan de kinderen, aan alles wat er moest gebeuren en dat het niet het beste moment was. Maar, om eerlijk te zijn, er speelde ook een beetje egoïsme mee: ik vond het moeilijk dat je weg zou gaan en dat ik alleen zou moeten blijven.
Beatrix: Ach, lieve Bruno! Wat ben ik je dankbaar dat je me dit hebt verteld. Ik wil het je ook niet opdringen. Ik wil er samen met jou over nadenken, want wat God voor mij wil, moet ook goed zijn voor ons huwelijk en ons gezin.
Bruno: Dat is wat ik later in het gebed inzag. Jij bent een geschenk van God voor mij. Dus als de Heer je roept voor deze bijeenkomst, wil ik geen obstakel zijn. Van je houden betekent je welzijn nastreven en je vrijheid respecteren, en ik hou van je, Beatrix.
Beatrix: Dank je wel. Ik hou ook van jou, en als ik wil gaan, is dat om me meer met God te vullen, niet om afstand van jullie te nemen. Ik wil terugkomen met een hart dat nog meer met Hem vervuld is, om beter van jou en onze kinderen te kunnen houden.
Bruno: Ga dan gerust. Ik blijf bij de kinderen en sta achter je. Ik begrijp het: als Hij je daar iets wil schenken, kan dat ook een geschenk voor ons allemaal worden. Ga je hart vullen en vul mij daarna met al het goede door middel van veel kusjes en knuffels… hahaha.
Beatrix: hahaha… dat zal ik zeker doen, mijn liefste. Heel erg bedankt, je helpt me enorm om de weg voor de Heer te bereiden: onszelf niet in de weg staan of elkaar tegenhouden, en samen dichter bij Hem komen.

Moeder,

Leer ons om werkelijk vrij te zijn, altijd het goede en de wil van God te kiezen, en altijd ‘ja’ tegen Hem te zeggen, met een zachtmoedig en nederig hart zoals het uwe. Gezegend en verheerlijkt zijt Gij, Moeder! Geprezen zij de Heer voor altijd!


In genade leven. Overweging voor echtparen: Matteüs 25,1-13.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 25,113.
In die tijd vertelde Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis: Het is met Rijk der hemelen
als met tien meisjes die met hun lampen uittrokken, de bruidegom tegemoet.
Vijf van hen waren dom, de andere vijf verstandig.
Want de domme namen wel hun lampen mee, maar geen olie;
de verstandige echter namen met hun lampen tevens kruiken olie mee.
Toen nu de bruidegom op zich liet wachten, dommel­den zij allen in en sliepen.
Maar midden in de nacht klonk er geroep: Daar is de bruidegom! Trekt hem tegemoet!
Meteen waren al de meisjes wakker en maakten hun lampen in orde.
De domme zeiden tegen de verstandi­ge: Geeft ons wat olie, want onze lampen gaan uit.
Maar de verstandige antwoord­den: Neen, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en jullie samen. Gaat liever naar de verkopers en haalt wat voor jezelf.
Maar terwijl zij onderweg waren om te gaan kopen kwam de bruidegom,
en die klaar stonden, traden met hem binnen om bruiloft te vieren; en de deur ging op slot.
Later kwamen ook de andere meisjes en zeiden: Heer, heer, doe open!
Maar hij antwoorde: Voorwaar, Ik zeg u: Ik ken u niet.
Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur.

Woord van de Heer,

In genade leven.

Als we deze gelijkenis lezen, zouden we kunnen denken dat de verstandige maagden een deel van hun olie aan de dwaze maagden hadden moeten geven. Vanuit menselijk oogpunt kunnen we “medelijden” hebben met die vijf verstrooide maagden die hun oliereserve achter zich lieten en op de oproep van de bruidegom reageerden zonder goed voorbereid te zijn. Maar de Heer geeft ons hier een zeer diepgaande les: de verstandige maagden staan symbool voor de houding van de gelovige die met een hart leeft dat gereed is voor de komst van Christus, en die houding is persoonlijk en niet overdraagbaar, net als het geloof en de genade. Zo zien we hoe belangrijk het is om in genade te leven, voorbereid op de ontmoeting met de Heer, waarvan we nooit weten wanneer die zal plaatsvinden. Dus, echtgenoten, laten we paraat zijn! Laten we regelmatig de sacramenten ontvangen, met name de biecht, de eucharistie en ons sacrament van het huwelijk, waarin de genade aanwezig is in elke daad van geven en ontvangen. En laten we onze huwelijksrelatie en onze relatie met de Heer verdiepen door middel van gezamenlijk en persoonlijk gebed. Zo zullen we voorbereid en waakzaam zijn op het moment dat de Bruidegom komt.

Terug naar het huwelijksleven:

Miguel: Hallo, schat. Hoe gaat het met je? Je ziet er heel ernstig uit.

Ángela: Oef! Je kunt je niet voorstellen… mijn moeder belde me net en vertelde me dat mijn neef Raúl is overleden.

Miguel: Jeetje, dat spijt me heel erg. Hoe is het gebeurd?

Ángela: Nou, een auto-ongeluk. Hij was op weg naar een werkvergadering en er kwam een andere auto op hem af. Ik kan het nog steeds niet geloven, het is net een nachtmerrie. Gisteren nog sprak ik met hem en vertelde hij me over een huwelijksretraite die ze hadden gevolgd en hoe dat hun leven had veranderd. En nu dit, terwijl zijn kinderen nog zo klein zijn. En weet je wat mijn moeder me vertelde?

Miguel: Wat dan?

Ángela: Dat María, die nu zijn weduwe is, heel veel vrede heeft. Dat ze de geruststelling heeft dat ze dit weekend naar de mis waren geweest en dat Raúl had gebiecht. Dus ondanks het grote verdriet heeft ze de geruststelling dat hij in de genade is heengegaan.

Miguel: Wat een geloof! Wat indrukwekkend en wat een mooi getuigenis. Als je het goed vindt, gaan we bidden voor de ziel van Raúl, en als er wat tijd is verstreken, gaan we María bezoeken. Ze zal ons daar zeker dankbaar voor zijn en dan kunnen we haar vragen stellen over die retraite en hoe die hun leven heeft veranderd. Het moet iets heel groots zijn.

Ángela: Heel erg bedankt, Miguel. Ik zou heel graag bij haar op bezoek gaan en die retraite doen ter nagedachtenis aan Raúl; ik weet dat hij dat geweldig zou hebben gevonden.

Moeder,

U bent ons voorbeeld van geloof en nederigheid; help ons vol te houden, zodat we op de dag dat de Heer ons roept, onze kruik gevuld hebben met de beste olie. Gezegend zij onze Heer in het Allerheiligste Sacrament van het Altaar!

Waakzaam zijn. Overweging voor echtparen: Matteüs 24, 42-51

Evangelie van de dag

Lezing uit het heilige evangelie volgens Matteüsa

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.
Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht de dief zou komen. zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken.
Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensen­zoon komt op het uur, waarop gij het niet verwacht.’
Wie is dus de trouwe en verstandige knecht, die de heer over zijn dienstvolk heeft aangesteld om hun op tijd het eten te geven?
Gelukkig die knecht als de heer bij zijn komst hem daarmee bezig vindt.
Voorwaar, Ik zeg u: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit.
Maar is die knecht slecht en zegt hij bij zichzelf: mijn heer blijft nog wel een poosje weg,
en begint hij de andere knechten te slaan en eet en drinkt hij met dronk­aards,
dan zal de heer van die knecht komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een uur dat hij niet kent;
en hij zal hem vierendelen en hem het lot doen delen van de huichelaars. Daar zal geween zijn en tandengeknars.

Waakzaam zijn.

De Heer vraagt ons niet te raden wanneer Hij zal komen, maar dat Hij ons in liefde aantreft; het is een oproep om waakzaam, trouw en verantwoordelijk te leven, niet vanuit angst, maar vanuit liefde voor de Heer die komt. De beste voorbereiding op Zijn komst is trouw in de kleine dingen: een vriendelijk woord, vergeving schenken, een dienst die met vreugde wordt verricht. Waken betekent dat we niet toestaan dat routine, egoïsme of gemak de liefde laten bekoelen, maar dat we alert blijven op de noden van de ander en openstaan voor Gods genade. In het huwelijk bestaat die waakzaamheid niet uit het wachten op een buitengewone gebeurtenis, maar uit het aandacht hebben voor het hart van de echtgenoot of echtgenote. De Heer komt ons tegemoet in de nood van de ander: in een vermoeidheid die om begrip vraagt, in een stilte die een wond verbergt, in een verzoek om hulp of in een gelegenheid om te vergeven. De ‘trouwe en verstandige dienaar’ is de echtgenoot of echtgenote die niet ophoudt zorg te dragen voor de ontvangen liefde. Het is degene die niet wacht tot hij of zij zich geïnspireerd voelt om te dienen, maar van het dienen een levenswijze heeft gemaakt. Huwelijkse trouw wordt opgebouwd in het dagelijks leven, wanneer niemand het opmerkt en het lijkt alsof de inspanning onopgemerkt blijft. We lopen het gevaar te denken: ‘Mijn heer laat op zich wachten’. In het dagelijkse huwelijksleven gebeurt dit wanneer we ophouden zorg te dragen voor de relatie omdat we denken dat er altijd wel tijd zal zijn om te praten, om vergeving te vragen, samen te bidden of een attent gebaar te maken. Beetje bij beetje sluipen de routine, de onverschilligheid en het nastreven van het eigen belang binnen. Het hart wordt slap en de liefde verliest aan kracht. Christus nodigt ons vandaag uit om waakzaam te blijven. Elke dag is een gelegenheid om lief te hebben zoals Hij liefheeft. Elke toewijding bereidt ons hart voor op de ontmoeting met Hem en versterkt de huwelijksband. De beste manier om op de Heer te wachten, is dat Hij ons aantreft terwijl we elkaar liefhebben, elkaar dienen en samen op weg zijn naar heiligheid.

Toegepast op het huwelijksleven:

Monica: Raúl, we hebben al enkele weken veel werk en het lijkt wel alsof we geen tijd hebben om te praten.
Raúl: Even geduld, Monica, ik moet even een berichtje op mijn mobiel beantwoorden en dan praten we straks even.
Monica: Zie je wel, het lijkt erop dat de mobiel het belangrijkste is, de beste schuilplaats om niet te hoeven zien hoe we uit elkaar groeien.
Raúl: Je hebt gelijk, Monica. Ik leg de mobiel nu weg. Ik merk het ook al een tijdje en ik wilde de eerste stap niet zetten om deze moeilijke periode op te lossen. Ik heb me laten meeslepen door mijn egoïsme en dacht zelfs dat je het niet doorhad.
Mónica: Maak je geen zorgen, ik heb me ook laten meeslepen en heb niet veel gedaan om dichter bij je te komen; ik heb mijn toevlucht gezocht in mijn werk en als ik thuiskwam, was de mobiel ook een prima excuus.
Raúl: Vanmorgen had ik even tijd om het evangelie van vandaag te lezen; dat heeft me behoorlijk geraakt en ik realiseerde me dat ik al een tijdje zat te wachten tot jij de eerste stap zou zetten, omdat ik alleen maar naar mezelf keek. Ik ben naar huis gekomen met de bedoeling om te veranderen, en het eerste wat ik deed, was mijn mobiel tussen jou en mij in zetten.
Mónica: Ik heb ook even de tijd genomen om het evangelie te overdenken en ik heb iets soortgelijks opgemerkt als wat je zegt. Laten we beginnen: hoe was jouw dag?
Raúl: Je bent geweldig. Zullen we ons nu samen bezighouden met de huishoudelijke taken, de kinderen naar bed brengen en daarna even tijd voor jou en mij vrijmaken, om te delen wat er in ons hart leeft en tegelijkertijd ons moment van gebed weer op te pakken?
Monica: Dat lijkt me de beste manier om opnieuw te beginnen. Dan vertel ik je alles waar ik al een tijdje in mijn hart over nadenk.
Raúl: Ik kijk er echt naar uit. Ik heb je de afgelopen dagen alleen gelaten en dat valt me veel zwaarder dan het lijkt. Ik ga de keuken opruimen en het avondeten klaarmaken.
Er gebeurde niets spectaculairs. Gewoon, een van de twee besloot om voor de liefde te zorgen in plaats van te wachten tot de ander de eerste stap zou zetten. Zo vond de Heer hen als een trouw echtpaar in de kleine dingen.

Moeder,

Help ons om elke dag een trouw echtpaar te zijn in de kleine dingen en ervoor te zorgen dat de liefde van God in ons leven heerst. Glorie aan God