
Lezing uit het heilige evangelie volgens Matteüs 15, 1-2. 10-14
‘Waarom overtreden uw leerlingen wat ons van oudsher is overgeleverd? Want ze wassen hun handen niet voor het eten.’
Daarop riep Hij de mensen bij zich en sprak tot hen: ‘Luistert en wilt verstaan:
Niet wat de mond binnengaat, bezoedelt de mens; de mens wordt bezoedeld door wat de mond uitgaat.’
Toen kwamen de leerlingen naar Hem toe en zeiden: ‘Weet Gij dat de Farizeeën bij het horen van Uw woorden er aanstoot aan nemen?’
Maar Hij antwoordde: ‘Iedere aanplanting die niet door mijn hemelse Vader geplant is, zal worden uitgerukt.
Laat ze maar begaan: zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil.’
Hoe kunnen wij, als echtpaar, onze kinderen en iedereen om ons heen leren wat liefde is, als zij in ons dagelijks leven niet zien hoe wij werkelijk van elkaar houden? We kunnen wel zeggen dat broers en zussen geen ruzie mogen maken, niet tegen elkaar mogen schreeuwen, niet egoïstisch mogen zijn, niet mogen lachen om elkaars tekortkomingen… maar we moeten even stilstaan en nadenken welk getuigenis wij als echtpaar geven. Respecteren we onze partner, helpen we hem of haar en zijn we vrijgevig? Of geven we hem of haar juist soms het gevoel geminacht te worden, bekritiseren we hem of haar, zijn we ongeduldig en letten we meer op zijn of haar fouten dan op zijn of haar deugden?
We moeten ons geweten onderzoeken en ons afvragen of we elke dag proberen ons hart te bekeren in het licht van het evangelie, de sacramenten en het gebed… of dat we ons gedragen als blinden die andere blinden leiden (of dat nu onze kinderen, familieleden of vrienden zijn…). Hoe belangrijk is het om eerst te zijn, om daarna te kunnen doen.
Terug naar het huwelijksleven:
Lucía: Jaime, ik heb het vanavond heel leuk gehad, maar ik wil je vragen om, als we bij onze vrienden zijn, niet zo bruusk tegen me te zijn en me wat liefdevoller te behandelen. Soms ben je heel hard als je tegen me praat en maak je grapjes waardoor ik me ongemakkelijk voel.
Jaime: Ach schat! Kom op, doe niet zo… je weet toch dat ik, als ik een drankje te veel op heb, soms wat gekker word.
Lucía: Dat is precies wat ik bedoel: als we proberen onze vrienden dichter bij Jezus te brengen – die nu een beetje op afstand staan – dan heeft alles wat we doen geen zin als ze niet eerst een echte verandering in ons zien, in hoe we met elkaar praten, in hoe we naar elkaar kijken, in die kleine dingen die je voor me doet en waaruit ik kan zien hoeveel je echt van me houdt.
Jaime: Je hebt gelijk, Lucía, het spijt me heel erg. Soms laat ik me tijdens deze etentjes meeslepen door het wereldse en is mijn hart niet waar het hoort te zijn, waardoor de oude mens in mij naar boven komt. Zullen we morgen samen even naar de aanbidding gaan om ons hart weer op de juiste plek te zetten?
Lucía: Dat vind ik een geweldig idee! Ik hou van je, Jaime!
Moeder,
Gezegend zij de Heer!








