
In die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan; dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, maar dat Hij na ter dood gebracht te zijn op de derde dag zou verrijzen.
Toen nam Petrus Jezus ter zijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: ‘Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen!’
Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus: ‘ Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.’
En daarna tot zijn leerlingen: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.
Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden.
Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van eigen leven? Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?
Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader, vergezeld van zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.
De heilige Johannes van het Kruis schreef:
“Om alles te kunnen waarderen, moet je nergens waarde aan hechten.
Om alles te bezitten, moet je nergens iets van willen bezitten.
Om alles te zijn, moet je nergens iets van willen zijn.
Om alles te weten, moet je nergens iets van willen weten.”
Petrus hield zo veel van Jezus dat hij Hem op de een of andere manier ‘toegeëigend’ had. Hij dacht te weten wat Jezus moest doen om Israël te redden. Daarom beviel wat Jezus verkondigde hem niet: het paste niet in zijn plannen.
Ook wij kunnen verstrikt raken in wat we leuk vinden, in wat we hebben, in wat we denken te worden of in wat we menen te weten … en Zijn plan afwijzen, waardoor we op de drempel van het bovennatuurlijke blijven staan en niets minder dan de verrijzenis mislopen.
Gods liefdesplan voor ons huwelijk houdt in dat ik mijn kruis opneem. En mijn kruis is ook die dagelijkse strijd tegen de verlangens en gehechtheden die mij tot slaaf maken en de gemeenschap met mijn echtgenoot en met God, die het Al is, in de weg staan. Wees moedig!!!! Alleen God is genoeg.
Terug naar het huwelijksleven:
Juan: María, ik zit in een dip. Elke zondag hoor ik: heb je vijand lief, vergeef zeventig maal zeven keer, keer de andere wang toe, geef je leven, oordeel niet, heb lief zoals Christus… En ik leef daar helemaal niet naar. Het lijkt wel sciencefiction. Ik streef ernaar, maar ik kom er niet. Ik heb het gevoel dat ik al het bovennatuurlijke misloop.
María: Ik begrijp je. Dat overkomt mij ook. Maar ik herinner me iets van Sint-Johannes van het Kruis: „Om te komen tot wat je niet bevalt, moet je gaan waar je het niet naar je zin hebt; om te komen tot wat je niet weet, moet je gaan waar je het niet weet; om te komen tot wat je niet bezit, moet je gaan waar je het niet bezit; om te komen tot wat je niet bent, moet je gaan waar je niet bent.”
Juan: Wat bedoel je daarmee?
María: Dat we misschien het bovennatuurlijke willen bereiken door altijd te gaan waar we van houden, wat we kennen en wat we onder controle hebben. En zo lopen we mis wat God voor ons in petto heeft: juist datgene wat ons hart nog niet heeft geproefd en wat het zo hard nodig heeft.
Juan: En hoe doen we dat?
María: Zullen we het echtelijk gebed weer oppakken? We beginnen vol enthousiasme, maar uiteindelijk passen we het aan onze eigen voorkeuren en maatstaven aan. Laten we trouw zijn, echt naar Hem luisteren en de moed hebben om te aanvaarden wat Hij ons voorstelt.
Juan: Ook al leidt dat ons naar waar we niet heen willen…
María: Juist daarheen.
Moeder,
Leer ons het kruis op te nemen dat ons naar Uw Zoon leidt. Moge Hij voor altijd gezegend en geprezen zijn, want met Zijn Bloed heeft Hij ons verlost.

