Rechtvaardig en heilig. Overdenking voor echtparen: Marcus 6:17-29

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilige Evangelie volgens Marcus

In die tijd had Herodes Johannes laten grijpen en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want hij had haar tot zijn vrouw genomen.
Johannes had immers tot Herodes gezegd: ‘Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben.’
Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem doden, maar zij kreeg geen kans,
want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was, 
en nam hem in bescher­ming. Telkens wanneer hij hem gehoord had, 
verkeerde hij in tweestrijd; maar toch luisterde hij graag naar hem.
Er kwam echter een gunstige dag, toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte 
voor zijn hoogwaardig­heidsbekleders, zijn hoofdofficie­ren en de vooraanstaanden van Galilea.
De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten. 
De koning zei tot het meisje: ‘Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven.’
En hij bevestigde haar met een eed: ‘Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al is het de helft van mijn koninkrijk.’
Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: ‘Wat zou ik vragen?’ 
Deze ant­woordde: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’
Zij haastte zich naar de koning en zei hem haar verlangen: 
‘Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft.’
Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgeno­ten wilde hij haar niet afwijzen.
Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem 
het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofdde hem in de gevangenis.
Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje; 
het meisje gaf het weer aan haar moeder.
Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.

Rechtvaardig en heilig

Vandaag vieren we het martelaarschap van de heilige Johannes de Doper, de eerste martelaar die opkwam voor de waarheid van het huwelijk. Zijn missie was om de weg te bereiden voor de ontmoeting met Jezus, de harten voor te bereiden, en door zich onderdanig te tonen aan de wil van God – zelfs tot het offeren van zijn leven – deed hij dit door de mensen op te roepen tot bekering en bij elke gelegenheid de waarheid te verkondigen. En dat maakte hem rechtvaardig en heilig.
Ook wij, als echtgenoten, zijn geroepen om Johannes de Doper voor de ander te zijn, om elkaar te helpen onze harten voor te bereiden en op de weg naar de ontmoeting en de vereniging met Jezus. Maar niet door oplegging of controle, want wij zijn niet de bron van het welzijn van de ander: de bron van al het Goede is God. Wij zijn instrumenten en beheerders van dat Goede, geroepen om het te ontvangen en aan elkaar te schenken.
Mijn echtgenoot is een geschenk van God, maar hij is niet mijn eigendom. Liefhebben is niet hetzelfde als bezitten: wie liefheeft, streeft het welzijn van de geliefde na en wil hem of haar behagen, met respect voor zijn of haar vrijheid. De Catechismus herinnert ons eraan dat „er geen ware vrijheid bestaat behalve in de dienst aan het goede en aan de gerechtigheid“ (CKK 1733). De vrije wil stelt ons in staat te kiezen; de wil van God wijst ons het goede aan waartoe wij geroepen zijn. Onze vrijheid bereikt haar volheid wanneer we vrijelijk voor dat Goede kiezen en ons verenigen met de liefdevolle wil van God.
Daarom zijn wij, echtgenoten, die elkaar beloofd hebben elkaar elke dag van ons leven lief te hebben en te respecteren, geroepen om dat respect in het bijzonder te beleven wanneer het erom gaat de ander te begeleiden op zijn of haar weg naar Christus, ook al hebben we verschillende ritmes; het huwelijk bestaat erin ons aan elkaar over te geven, onze gaven in dienst te stellen van het algemeen welzijn, en elkaar te helpen groeien in de innige band met Christus, zonder een rem te zijn voor de ander en altijd op zoek te zijn naar het ware welzijn van de echtgenoot en van het hele gezin.
God zelf respecteert onze vrijheid en wacht op ons ‘ja’; ook Maria leidt ons als Moeder naar Hem toe zonder zich op te dringen. Daarom zijn we in het huwelijk geroepen om elkaar te begeleiden zonder een obstakel te vormen, de persoonlijke ontmoeting met Christus te bevorderen, zorg te dragen voor het gezamenlijk gebed en samen te wandelen, ieder op zijn eigen tempo, en ook onze kinderen te helpen die weg te bewandelen naar ons ware doel: de hemel.

Toegepast op het huwelijksleven:

Beatrix: Bruno, ik ben uitgenodigd om dit weekend op retraite te gaan. Als ik erover bid, voel ik dat de Heer dit op mijn pad legt om dichter bij Hem te komen.
Bruno (zwijgt, maar van binnen doet het hem pijn dat zijn vrouw een weekend weg wil, ver van hem vandaan. De volgende dag, nadat hij erover heeft gebeden, zegt hij tegen haar): In eerste instantie wilde ik nee tegen je zeggen. Ik dacht aan de kinderen, aan alles wat er moest gebeuren en dat het niet het beste moment was. Maar, om eerlijk te zijn, er speelde ook een beetje egoïsme mee: ik vond het moeilijk dat je weg zou gaan en dat ik alleen zou moeten blijven.
Beatrix: Ach, lieve Bruno! Wat ben ik je dankbaar dat je me dit hebt verteld. Ik wil het je ook niet opdringen. Ik wil er samen met jou over nadenken, want wat God voor mij wil, moet ook goed zijn voor ons huwelijk en ons gezin.
Bruno: Dat is wat ik later in het gebed inzag. Jij bent een geschenk van God voor mij. Dus als de Heer je roept voor deze bijeenkomst, wil ik geen obstakel zijn. Van je houden betekent je welzijn nastreven en je vrijheid respecteren, en ik hou van je, Beatrix.
Beatrix: Dank je wel. Ik hou ook van jou, en als ik wil gaan, is dat om me meer met God te vullen, niet om afstand van jullie te nemen. Ik wil terugkomen met een hart dat nog meer met Hem vervuld is, om beter van jou en onze kinderen te kunnen houden.
Bruno: Ga dan gerust. Ik blijf bij de kinderen en sta achter je. Ik begrijp het: als Hij je daar iets wil schenken, kan dat ook een geschenk voor ons allemaal worden. Ga je hart vullen en vul mij daarna met al het goede door middel van veel kusjes en knuffels… hahaha.
Beatrix: hahaha… dat zal ik zeker doen, mijn liefste. Heel erg bedankt, je helpt me enorm om de weg voor de Heer te bereiden: onszelf niet in de weg staan of elkaar tegenhouden, en samen dichter bij Hem komen.

Moeder,

Leer ons om werkelijk vrij te zijn, altijd het goede en de wil van God te kiezen, en altijd ‘ja’ tegen Hem te zeggen, met een zachtmoedig en nederig hart zoals het uwe. Gezegend en verheerlijkt zijt Gij, Moeder! Geprezen zij de Heer voor altijd!


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *