We hoeven niets te vrezen. Commentaar voor echtparen: Matteüs 17, 1-9

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Matteüs 17, 19

Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren.
Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht.
Opeens verschenen hun Mozes en Elia, die zich met Hem onderhielden.
Petrus nam het woord en zei tot Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’
Nog had hij niet uitge­sproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit die wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn Zoon, de Welbemin­de, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem.’
Op het horen daarvan wierpen de leerlingen zich ter aarde neer, aange­grepen door een hevige vrees.
Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Staat op en weest niet bang.’
Toen zij hun ogen opsloegen zagen zij niemand meer dan alleen Jezus.
Onder het afdalen van de berg gelastte Jezus hun: ‘Spreekt met niemand over wat ge hebt aanschouwd, voordat de Mensen­zoon uit de doden is opgestaan.’

We hoeven niets te vrezen.

Wat is het hier toch fijn, zegt Petrus. Wat is het hier toch fijn, zeggen we als we als echtpaar samen bidden. Het is een moment waarop we mogen delen in de glorie van God, een moment van de hemel op aarde. Hoeveel dank moeten we God niet betuigen voor de gave van de echtgenoot, voor deze weg van eenheid met Hem, voor de vele gaven die Hij ons elke dag schenkt. Maar misschien rijst er ook een vrees in ons hart, een angst voor wat God van mij zou kunnen vragen. Jezus, die ons kent, die weet hoe klein we zijn, zegt in het evangelie voortdurend: sta op, wees niet bang. Want als we werkelijk in Hem geloven en Hem liefhebben, ook al is dat onvolmaakt, hoeven we niets te vrezen. God is een liefhebbende Vader die ons alles geeft wat we nodig hebben om in Hem te leven. Als God met ons is, wie kan dan tegen ons zijn?

Terug naar het huwelijksleven:

Maria en Jason baden al een paar weken elke avond samen. Die dag, na een tijdje in stilte voor de Heer te hebben gezeten, ervoeren ze allebei een diepe vrede. Toen ze klaar waren, zei Maria met een glimlach: ‘Wat is het hier toch fijn.’ Javier knikte; hij voelde dat ze even een voorproefje van de hemel hadden gekregen.
Maar de volgende dag, toen ze spraken over een roeping die ze voelden om meer dienstbaar te zijn in het ‘Project: Echtelijk Liefde’, kwamen de angsten naar boven: ‘Wat als we het niet aankunnen? Wat als het ten koste gaat van onze tijd voor onszelf? Wat als God te veel van ons vraagt?’
Toen herinnerden ze zich de woorden uit het Evangelie: „Sta op, wees niet bang.” Ze begrepen dat God niet van hen vroeg om op hun eigen krachten te vertrouwen, maar op Hem. Ze dankten Hem voor de gave van hun huwelijk, voor de weg naar heiligheid die ze samen bewandelden, en hernieuwden hun besluit om hand in hand verder te gaan, in de zekerheid dat, als God met hen was, het hun aan niets zou ontbreken om Zijn wil te vervullen.

Maria,

onze Moeder. Gij die U geheel aan God hebt overgegeven, leer ons onze angsten te overwinnen en te vertrouwen zoals Gij. Gezegend zijt Gij, Moeder!

Ik vertrouw op U.Commentaar voor echtparen: Matteüs 15, 21-28

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilige Evangelie volgens Matteüs 15, 2128

In die tijd trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon.
Op een gegeven ogenblik trad een Kananeese vrouw afkomstig uit dat gebied naar voren, luid roepend: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrik­kelijk ge­kweld.’
Maar Hij gaf haar in het geheel geen antwoord. Toen wendden zijn leerlingen zich tot Hem met het verzoek: ‘Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen.’
Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden.’
Maar de vrouw kwam naderbij, wierp zich voor zijn voeten neer en zei: ‘Heer, help mij!’
Hij gaf haar ten ant­woord: ‘Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven.’
‘Wel waar, Heer’, sprak zij,’want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen.’
Daar­op zei Jezus haar: ‘Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd.’ En van dat ogenblik was haar dochter genezen.
Ik vertrouw op U.

Mijn lieve Jezus, U houdt oneindig veel van ons. En U bent één en al goedheid.
Wat wilt U ons in dit evangelie duidelijk maken met deze houding tegenover de Kanaänitische vrouw? Op het eerste gezicht lijkt die houding koel. Maar dat kan niet, aangezien U één en al Liefde bent. Waarom reageerde U zo?
Uw Hart hield van die vrouw, ook al leek het alsof U niet naar haar luisterde of haar verzoek afwees. Wat zocht U bij haar?
U zocht, zoals U altijd voor ons zoekt, het beste. Het beste uit ons naar boven halen. Veel meer dan wat wij U vragen. Zij vroeg om de genezing van haar dochter. U wilde haar ook de bekering van het hart schenken. Bekering gaat via het erkennen van onze kleinheid, via nederigheid, en via volharding, zelfs als het lijkt alsof alles tegen ons is. Zonder op te houden met op U te vertrouwen.
Deze vrouw deed dat. Ze volhardde in nederigheid en vertrouwde alles op U. En U verrichtte het wonder. U bewonderde haar grote geloof, bekeerde haar hart en gaf haar wat ze vroeg.
Jezus, help ons alstublieft om op U te vertrouwen. U zult het niet volgens mijn plan doen, maar volgens het Uwe. Via mijn echtgenoot, door mij in nederigheid over te geven, volhardend ook al begrijp ik het niet, liefhebbend zelfs waar het pijn doet. En U zult het doen. Wanneer U wilt, zoals U wilt, maar U zult het doen. Dank U, Heer.

Terug in het huwelijksleven:

Sandra: Juancho, ik kan er niet meer tegen! Het lijkt wel alsof je het doet om me te irriteren!
Juancho: Maar heb je wel gezien hoe je meteen tegen me praat! Geef je echt om me?
(Na haar gebed)
Sandra: Juancho, vergeef me. Ik herkende mezelf heel erg in de Kanaänitische vrouw. Ik vraag de Heer om iets goeds, dat Hij ons huwelijk weer op orde brengt, ik zie geen vruchten, maar in tegenstelling tot haar word ik boos op jou en op Jezus. En ik heb me gerealiseerd dat de Heer, die oneindig veel van ons houdt, ons dit laat meemaken omdat Hij ons juist in deze situatie wil genezen. Hij heeft me in mijn hart ingegeven om te beginnen met het erkennen van mijn eigenliefde. Ik zie dat ik diep van binnen naar je kijk en denk: wat ik doe is goed en wat jij doet is fout. Ik ga ophouden met vergelijken. Ik heb Hem gevraagd me te helpen me alleen te concentreren op wat ik moet doen, op het leren liefhebben in elke omstandigheid, wat die ook moge zijn.
Juancho: Heel erg bedankt, Sandra. Ik vraag jou ook om vergeving omdat ik ben gestopt met vechten. Het leek me onmogelijk. En ik moet doen zoals de Kanaänitische vrouw: op de Heer vertrouwen en volharden. Niet meer naar mezelf kijken en alles gaan geven voor ons huwelijk, dat het belangrijkste in ons leven is.
Sandra: Dat is zonder twijfel onze weg naar de hemel. Laten we ervoor gaan! Aangezien we het niet alleen kunnen, vragen we dan om begeleiders en beginnen we vanaf vandaag weer met het echtelijk gebed en gaan we samen naar de mis?
Juancho: Dat lijkt me geweldig. Heel erg bedankt!

Moeder,
Leer ons alstublieft op Uw Zoon te vertrouwen. Om te beginnen met het erkennen van onze kleinheid en door te zetten. Gezegend en geprezen zij God!

Zijn of doen? Commentaar voor echtparen: Matteüs 15, 1-2. 10-14

Evangelie van de dag

Lezing uit het heilige evangelie volgens Matteüs 15, 1-2. 10-14

Op zekere dag kwamen Fari­zeeën en schrift­geleerden uit Jeruzalem naar Jezus met de vraag:
‘Waarom overtreden uw leerlingen wat ons van oudsher is overgele­verd? Want ze wassen hun handen niet voor het eten.’
Daarop riep Hij de mensen bij zich en sprak tot hen: ‘Luistert en wilt verstaan:
Niet wat de mond binnen­gaat, bezoe­delt de mens; de mens wordt bezoedeld door wat de mond uitgaat.’
Toen kwamen de leerlingen naar Hem toe en zeiden: ‘Weet Gij dat de Farizeeën bij het horen van Uw woorden er aanstoot aan nemen?’
Maar Hij antwoord­de: ‘Iedere aanplanting die niet door mijn hemelse Vader geplant is, zal worden uitgerukt.
Laat ze maar begaan: zij zijn blinden die blinden leiden. Maar als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de kuil.’
Zijn of doen?
Gedurende de drie jaar van zijn openbare leven legde Jezus er steeds weer de nadruk op om ons te laten zien hoe we moeten leven in overeenstemming met de manier waarop God wilde dat de Wet ten volle zou worden nageleefd, en niet alleen maar ‘dingen te doen’, want uiteindelijk draait alles om wat we diep in ons hart dragen. In dit evangelie zien we een heel duidelijk voorbeeld van zo’n moment waarop er een confrontatie is tussen de farizeeën, die het hebben over ‘doen’, en Jezus, die ons vertelt over ‘zijn’.
Hoe kunnen wij, als echtpaar, onze kinderen en iedereen om ons heen leren wat liefde is, als zij in ons dagelijks leven niet zien hoe wij werkelijk van elkaar houden? We kunnen wel zeggen dat broers en zussen geen ruzie mogen maken, niet tegen elkaar mogen schreeuwen, niet egoïstisch mogen zijn, niet mogen lachen om elkaars tekortkomingen… maar we moeten even stilstaan en nadenken welk getuigenis wij als echtpaar geven. Respecteren we onze partner, helpen we hem of haar en zijn we vrijgevig? Of geven we hem of haar juist soms het gevoel geminacht te worden, bekritiseren we hem of haar, zijn we ongeduldig en letten we meer op zijn of haar fouten dan op zijn of haar deugden?
We moeten ons geweten onderzoeken en ons afvragen of we elke dag proberen ons hart te bekeren in het licht van het evangelie, de sacramenten en het gebed… of dat we ons gedragen als blinden die andere blinden leiden (of dat nu onze kinderen, familieleden of vrienden zijn…). Hoe belangrijk is het om eerst te zijn, om daarna te kunnen doen.

Terug naar het huwelijksleven:

(Jaime en Lucía, terugkomend van een etentje bij vrienden…)
Lucía: Jaime, ik heb het vanavond heel leuk gehad, maar ik wil je vragen om, als we bij onze vrienden zijn, niet zo bruusk tegen me te zijn en me wat liefdevoller te behandelen. Soms ben je heel hard als je tegen me praat en maak je grapjes waardoor ik me ongemakkelijk voel.
Jaime: Ach schat! Kom op, doe niet zo… je weet toch dat ik, als ik een drankje te veel op heb, soms wat gekker word.
Lucía: Dat is precies wat ik bedoel: als we proberen onze vrienden dichter bij Jezus te brengen – die nu een beetje op afstand staan – dan heeft alles wat we doen geen zin als ze niet eerst een echte verandering in ons zien, in hoe we met elkaar praten, in hoe we naar elkaar kijken, in die kleine dingen die je voor me doet en waaruit ik kan zien hoeveel je echt van me houdt.
Jaime: Je hebt gelijk, Lucía, het spijt me heel erg. Soms laat ik me tijdens deze etentjes meeslepen door het wereldse en is mijn hart niet waar het hoort te zijn, waardoor de oude mens in mij naar boven komt. Zullen we morgen samen even naar de aanbidding gaan om ons hart weer op de juiste plek te zetten?
Lucía: Dat vind ik een geweldig idee! Ik hou van je, Jaime!

Moeder,

We willen altijd leven zoals U, consequent zijn in ons leven en te allen tijde de wil van God doen.
Gezegend zij de Heer!


Wendt u altijd tot de Heer. Commentaar voor echtparen: Matteüs 14, 22-36

 

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilige Evangelie volgens Matteüs 14, 2236

Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden.
Toen Hij het volk had weggezon­den, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen.
De boot was reeds vele stadien uit de kust en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind.
In de vierde nachtwake kwam Hij te voet over het meer naar hen toe.
Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeu­wen.
Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: ‘Weest gerust. Ik ben het. Vreest niet.’
‘Heer’, antwoordde Petrus,’als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.’
Waarop Jezus sprak: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.
Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was, werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: ‘Heer, red mij!’
Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast, terwijl hij tot hem zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’
Nadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen.
De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: ‘Waar­lijk. Gij zijt de Zoon van God.’
Toen zij overgestoken waren, bereikten zij de kust bij Gennesaret.
Toen de mannen van die streek Hem herkenden, verspreidden zij in heel de omtrek het bericht van zijn komst en brachten Hem al hun zieken.
Ze smeekten Hem of ze tenminste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En allen die dit deden, werden gezond.

Wendt u altijd tot de Heer

In dit evangelie kan de boot perfect ons huwelijk symboliseren. Jezus belooft geen reis zonder golven; integendeel, soms lijkt het alsof Hij ons op zee stuurt terwijl Hij zelf zwijgt. Er zijn periodes waarin tegenwind wordt gevormd door vermoeidheid, meningsverschillen, financiële problemen, ziekte of de dagelijkse sleur. En dan kunnen we ons afvragen: “Waar is de Heer?”. Maar Jezus verliest de boot nooit uit het oog en houdt altijd zorg voor ons huwelijk, ook al voelen we Zijn aanwezigheid niet.
Petrus vertegenwoordigt ons wanneer we, gedreven door liefde en vertrouwen, een moedige stap naar de ander zetten. Over het water lopen betekent blijven liefhebben wanneer het niet gemakkelijk is, om vergeving vragen wanneer trots ons in de tegenovergestelde richting duwt, opnieuw vertrouwen schenken na een kwetsing, of trouw blijven wanneer de wind hard waait. Zolang onze blik op Christus gericht is, wordt het onmogelijke mogelijk.
Het probleem begint wanneer Petrus niet meer naar Jezus kijkt en zijn aandacht op de wind richt. In het huwelijk gebeurt hetzelfde: wanneer we alleen naar de tekortkomingen van onze partner kijken, naar de moeilijkheden of onze eigen angsten, of wanneer onze eigenliefde de overhand krijgt. Dan beginnen we te zinken. Twijfel vernietigt het huwelijk niet in één klap; eerst leidt het onze blik af.
Het meest hoopgevende is dat Petrus niet verdrinkt omdat hij roept: ‘Heer, red mij’. In een heilig huwelijk winnen niet degenen die nooit vallen, maar degene die God om hulp weet te vragen voordat hij de bodem raakt. Jezus strekt altijd zijn hand uit. Hij verwijt nooit voordat Hij redt; eerst ondersteunt Hij, daarna onderwijst Hij.

Terug naar het huwelijksleven

Paco: Lara, er zijn momenten waarop ik het gevoel heb dat ons huwelijk net als de boot uit het evangelie is. Het lijkt alsof alles tegenzit.
Lara: Dat heb ik ook wel eens. En ik merk dat, als ik alleen maar naar de problemen of jouw tekortkomingen kijk, ik bang word, net als Petrus bij de wind.
Paco: Ik ook. In plaats van naar Jezus te kijken, ga ik nadenken over hoe moeilijk alles is en begin ik te zinken.
Lara: Het mooie is dat Petrus zich niet anders voordoet dan hij is. Hij roept: “Heer, red mij.“ Misschien zouden wij ons eerder tot de Heer moeten wenden en minder op onze eigen krachten vertrouwen.
Paco: Ja. Vaak probeer ik alles alleen op te lossen, terwijl het eerste wat we zouden moeten doen is samen met jou bidden en ons huwelijk in Zijn handen leggen.
Lara: En erop vertrouwen dat Hij nooit ophoudt voor onze boot te zorgen, ook al lijkt het soms alsof Hij ver weg is.
Paco: Zou je het goed vinden als we, wanneer de volgende “tegenwind“ komt, in plaats van ruzie te maken of ons elk in onze eigen wereld terug te trekken, samen een gebed opzeggen, al is het maar heel kort?
Lara: Dat lijkt me een goed voornemen. Als we onze blik op Jezus gericht houden, zal het veel moeilijker zijn dat de angst ons ten onder doet gaan.
Paco: Heer, stap in onze boot en leer ons altijd op U te vertrouwen.
Lara: Amen.

Moeder,

U die Uw blik nooit van Jezus hebt afgewend, leer ons hetzelfde te doen in ons huwelijk. Moge Uw Zoon de vrede van onze boot zijn, de kracht van onze liefde en de hoop in elke moeilijkheid. Gezegend zijt Gij, Moeder.


Dagelijkse eucharistie. Commentaar voor echtparen: Matteüs 14, 13-21

Evangelie van de dag
lezing uit het Heilige Evangelie volgens Matteüs 14, 1321

Op dit bericht voer Jezus vandaar in een boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn. Maar het gerucht hiervan drong tot het volk door en het ging Hem te voet uit hun steden achterna.
Toen hij bij zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen en Hij genas hun zieken.
Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlin­gen naar Hem toe en zeiden: ‘Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen.’
‘Het is niet nodig dat zij weggaan,’ zei Jezus hun, ‘geeft gij hun maar te eten.’
Doch zij antwoord­den: ‘Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen.’
Waarop Jezus sprak: ‘Brengt die dan hier.’
En hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken, brak Hij de broden die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk.
Al­len aten tot ze verza­digd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op.
Het waren ongeveer vijfduizend mensen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.

Woord van de Heer.
Dagelijkse eucharistie

Vijf broden en twee vissen lijken te weinig om de honger van mijn echtgenoot te stillen. Toch vraag je mij, mijn Jezus, om hem niet weg te sturen, maar hem te voeden met het weinige dat ik heb: een gebaar van tederheid, een woord van vergeving, een moment om te luisteren, een gezamenlijk gebed…
Vandaag leg ik die armoede in Uw handen. Neem het aan, richt Uw ogen naar de hemel, spreek er Uw zegen over uit, breek het en maak er met Uw overgave een dagelijkse eucharistie van.
Mijn Jezus, ik offer U mijn leven op, opdat het, verenigd met het Uwe, zich laat nemen, zegenen, breken en uit liefde overgeven, en zo het voedsel wordt dat mijn echtgenoot/echtgenote nodig heeft.

Terug naar het huwelijksleven:

Juan en María waren overweldigd: een zeer opstandige tienerzoon, financiële en werkgerelateerde problemen, en een huwelijk waarin ze steeds verder uit elkaar groeiden. Net als de discipelen in het Evangelie zagen ze alleen hun ‘vijf broden en twee vissen’: datgene wat hen ontbrak om de eindjes aan elkaar te knopen.
Ze besloten hun zoon uit te nodigen voor het avondeten om hem tot rede te brengen. Ze hadden argumenten voorbereid om hem terecht te wijzen, ervan overtuigd dat ze zo het probleem zouden oplossen.
Maar hij was het die hun de ogen opende.
‘Weten jullie wat mij het meest pijn doet?’ zei hij onder tranen tegen hen. ‘Jullie praten tegen mij over vergeving en liefde, maar ik heb jullie nog nooit elkaar om vergeving horen vragen. Jullie zijn de school waar ik heb geleerd lief te hebben… en dat is wat ik heb geleerd.’
Die woorden drongen diep door in hun hart. Ze ontdekten dat God via hun zoon tot hen sprak.
Toen herinnerden ze zich het Evangelie. Net als de discipelen hadden ze geprobeerd alles op te lossen met berekeningen en menselijke oplossingen. Maar Jezus vroeg hen niet om meer middelen, maar om één ding: ‘Breng ze hier naar mij toe.’
Ze begrepen dat hun ware armoede niet het geld of de gezinsproblemen was, maar een liefde die door de handen van Christus moest gaan. Diezelfde avond baden ze samen en vroegen ze elkaar om vergeving.
Die nacht verdwenen de moeilijkheden niet, maar er begon wel een weg van bekering in hen. De Heilige Geest begon hun huwelijk te veranderen: ze leerden God en hun naaste lief te hebben met een steeds onbaatzuchtigere liefde; een vreugde te beleven die niet afhankelijk was van de omstandigheden; om vrede te bewaren te midden van beproevingen; om geduld te hebben met hun eigen beperkingen en die van hun zoon; om vriendelijk en goedhartig met elkaar om te gaan; om te groeien in trouw aan God en aan elkaar; om met zachtmoedigheid te reageren in plaats van met hardheid; en om zelfbeheersing te oefenen voordat ze zich lieten meeslepen door trots of woede. Ze begrepen dat het ware wonder van de vijf broden niet alleen bestond uit het voeden van een menigte, maar ook uit het veranderen van een arm hart in een hart dat in staat is om te liefhebben zoals Christus.

Moeder,

U die aan de voet van het kruis van uw Zoon stond, toon ons de ware liefde. Moge Hij voor altijd gezegend en geprezen zijn, Hij die ons met Zijn Bloed heeft verlost.