Lezing uit het heilige evangelie volgens Marcus
In die tijd trok Jezus Jeruzalem binnen, de tempel in. Nadat Hij er alles in ogenschouw had genomen,
keerde Hij, omdat het al laat was, met de twaalf naar Betanië terug.
Toen zij de volgende dag Betanië verlaten hadden, kreeg Hij honger.
Hij zag in de verte een vijgeboom in blad staan en ging kijken of Hij er misschien iets aan kon vinden;
maar bij de boom gekomen vond Hij niets dan blaren; het was trouwens niet de tijd van de vijgen.
Daarom richtte Hij zich tot de boom en zei: ‘Niemand zal in eeuwigheid nog vruchten van je eten!’ Zijn leerlingen hoorden dat.
Toen ze in Jeruzalem kwamen, ging Hij naar de tempel en begon de kopers en verkopers het tempelplein af te jagen.
Hij wierp de tafels van de geldwisselaars en de stoeltjes van de duiven verkopers omver
en ook duldde Hij niet dat nog iemand enig voorwerp over het tempelplein droeg.
En Hij gaf hun als verklaring: ‘Staat er niet geschreven:
Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd voor alle volkeren?
Maar gij hebt er een rovershol van gemaakt.’
De hogepriesters en schriftgeleerden die dat gehoord hadden,
zochten een mogelijkheid om Hem ter dood te brengen.
Ze vreesden Hem namelijk, omdat heel het volk verrukt was over zijn leer.
In de avond verlieten zij de stad weer.
’s Morgens kwamen zij langs de vijgeboom en zagen dat hij tot op de wortel verdord was.
Petrus dacht weer terug aan het gebeurde en zei: ‘Meester, kijk!’ De vijgeboom die Gij vervloekt hebt, is verdord.’
Jezus antwoordde hun: ‘Hebt geloof in God.
Voorwaar, Ik zeg u: Als iemand tot deze berg zegt: Hef u op en stort u in de zee, en als hij in zijn hart niet twijfelt,
maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, voor hem zal het werkelijkheid worden.
Daarom zeg Ik u: Alles wat ge in het gebed vraagt, gelooft dat ge het al verkregen hebt, en ge zult het verkrijgen.
Hebt ge iets tegen iemand, terwijl ge staat te bidden, vergeeft het dan,
opdat ook uw Vader in de hemel u uw tekortkomingen moge vergeven.’
Staat er niet geschreven: „Mijn huis zal een huis van gebed zijn voor alle volken”? Jullie daarentegen hebben er een rovershol van gemaakt.
Hier zie ik hoe vaak ik mijn hart, dat een tempel is waar de Heilige Geest woont, in een rovershol verander. Ik laat me meeslepen door mijn eigenwaarde ten opzichte van mijn echtgenoot en vervallen in geklaag.
Of ik laat me meeslepen door mijn hoogmoed en verval in het mezelf boven mijn echtgenoot plaatsen… En meer nog, ik maak het moeilijk voor het hart van mijn echtgenoot om de Heilige Geest in mijn hart te zien, en door mijn begeerte beheer ik niet de genade van God, maar de “vloek”.
Maar U, Heer, hebt ons verlost en hebt ons de sacramenten nagelaten om opnieuw te beginnen. En U hebt ons de theologie van het lichaam nagelaten om te leren dat de genade van God veel meer kan dan mijn begeerte, en dat vervult ons met hoop.
Toegepast op het huwelijksleven:
Ineke: Paul, hoe vaak heb ik je al gezegd dat je je bril niet op de bank moet laten liggen, want dan gaat hij kapot!
Paul: Ja, Ineke, ik vergeet het gewoon…
Ineke: Het is altijd hetzelfde, je vergeet het altijd en er is geen manier om het je te laten onthouden, echt niet…
Paul: Nou, Ineke, wat wil je dat ik doe? Ik ben nu eenmaal verstrooid, punt uit.
Ineke: Het wordt nu echt te gek…
Ineke las dit evangelie ’s avonds en na het echtelijk gebed…
Ineke: Paul, vergeef me, want de Heer heeft me laten zien dat ik je niet moet beschuldigen, maar je moet helpen. Mijn hoogmoed maakt me erg blind. En als ik moe thuiskom, wordt het nog erger…
Paul: Nee, rustig maar, het laat mij zien dat ik jouw gave van orde moet omarmen. Naast jouw gave om vol te houden in het gebed. Wat zou ik zonder jouw volharding moeten doen!
Ineke: Heer, ik vraag U mij te helpen groeien in nederigheid.
Paul: Heer, ik dank U voor het volhardend bidden van mijn vrouw.
Samen: Glorie aan God!
Moeder,
Leer ons de weg om een zuiver hart te hebben zoals het Uwe, zodat we de Heer niet beledigen. Glorie aan God!

