Zijn wil. Overweging voor echtparen: Matteüs 12,46-50.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 12,4650.

Terwijl Hij nog tot het volk sprak, gebeurde het dat zijn moeder en broeders buiten stonden om te trachten met Hem te spre­ken.
Iemand kwam Hem nu zeggen: ‘Uw moeder en broeders staan daar buiten en willen U spreken.’
Maar hij antwoordde aan degene die Hem dit kwam zeggen: ‘Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders?’
En met een gebaar naar zijn leerlingen zei Hij: ‘Ziedaar mijn moeder en mijn broeders;
want mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil volbrengen van mijn Vader in de hemel.’
Zijn wil.
Hoe gemakkelijk is het soms om te zeggen dat we “de wil van God” willen doen, maar wat kost het ons toch veel moeite om dat ook echt te doen! Onze begeerte, onze eigen maatstaven, onze neiging tot slachtofferschap, tot gemakzucht, tot hoogmoed, tot luiheid… Hoe vaak belemmert onze gevallen natuur ons om de ware wil van de Heer te onderscheiden en die elke dag na te leven, zodat we Zijn plan in ons huwelijk kunnen verwezenlijken.
Daarom is het belangrijk om de weg te kennen die ons naar de heiligheid leidt en daarop te blijven, door te zetten, elkaar te helpen en, in de eerste plaats, onder ons als echtgenoten: we moeten elkaar zien als broers en zussen, met de waardigheid van kinderen van God, en niet als een last of alsof we vijanden zijn. We moeten begrijpen dat ieder zijn zwakheden heeft, maar ook zijn gaven, die we in dienst van de ander moeten stellen om zo eerder de hemel te bereiken, en niet eisen wat we zelf nog niet eens hebben bereikt.

Terug naar het huwelijksleven:

(Paula komt uitgeput thuis na een zware dag op het werk en is chagrijnig door deze ondraaglijke hitte, en denkt bij zichzelf: Nu is het genoeg! Weer een dag waarop Gijs ’s ochtends is vertrokken zonder het bed op te maken, en dan staat hij ook nog eens later op, terwijl ik degene ben die de kinderen naar school brengt! Zodra hij thuiskomt, ga ik hem eens flink de les lezen.)
(Gijs komt ook uitgeput thuis, nadat hij de kinderen van school heeft opgehaald, maar blij om Paula te zien geeft hij haar een kus, zonder haar boze blik op te merken.)
Gijs: Hallo, schat! Hoe was je dag? Kinderen, leg alles op zijn plek en ga douchen, jullie ruiken als opgesloten leeuwen! Jeetje, wat een ondraaglijke hitte! Liefje, ik maak vandaag het avondeten klaar, ga bij de ventilator zitten en drink een glas lekker koud water.
Paula: Gijs, je hebt me net helemaal ontwapend.
Gijs: Wat zeg je nou, schat? Ik begrijp je niet, gaat het wel?
Paula: Nou… ik was eigenlijk heel boos toen ik thuiskwam en het bed onopgemaakt zag, en ik heb al een tijdje nagedacht over hoe ik je de les zou lezen, maar je hebt zojuist al mijn argumenten onderuit gehaald met je houding. Nu zie ik in dat dat bed gewoon weer een van je verstrooidheden is.
Gijs: O jee, schat! Ben ik het echt weer vergeten? Ik ben een ramp, vergeef me! Ik sta elke dag op en vraag de Heer om me te helpen Zijn wil te doen en al mijn luiheid en rommel te overwinnen… maar sommige vergeetachtigheden lukt het me niet te overwinnen.
Paula: Vraag me niet om vergeving, ik denk dat de Heer mij deze keer een standje geeft; jij bent een schat van een man en ik ben degene die jou moet zien als het schat dat je bent. Ik zou dankbaar moeten zijn voor de kans die de Heer me geeft wanneer ik zie dat je het bed onopgemaakt laat liggen, zodat ik aan mijn passies kan werken, mijn gaven in jouw dienst kan stellen en zo God kan verheerlijken.

Moeder,

Mogen we ons bewust zijn van al die kansen die de Heer ons biedt om Zijn wil te doen.
Gezegend zij de Heer!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *