Vruchtbaar onkruid. Overweging voor echtparen: Matteüs 13,24-43

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 13,24-43.

In die tijd hield Jezus de menigte deze voor: ‘Het Rijk der hemelen gelijkt op een man die op zijn akker goed zaad had gezaaid;
maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen.
Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet, was ook het onkruid te zien.
Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden hem: Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt het dan dat er onkruid op staat?
Hij antwoordde hun: Dat is het werk van een vijand. De knechten zeiden tot hem: Wilt ge dan dat we het bijeenga­ren?
Maar hij zei: Neen, ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt.
Laat beide samen opgroeien tot de oogst, en met de oogsttijd zal ik maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbran­den; maar slaat de tarwe op in mijn schuur.’
Een andere gelijkenis hield Hij hun voor: ‘Het Rijk der hemelen gelijkt op een mosterd­zaadje, dat iemand op zijn akker zaaide.
Wel­iswaar is dit het allerkleinste zaadje, maar wanneer het is opgeschoten, is het groter dan de andere tuingewassen; het wordt een boom, zodat de vogels uit de lucht in zijn takken komen nestelen.’
Nog een andere gelijkenis vertelde Hij hun: ‘Het Rijk der hemelen gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte, totdat deze in hun geheel gegist waren.’
Dit alles sprak Jezus tot het volk in gelijke­nissen en zonder gelijkenissen leerde Hij hun niets,
opdat in vervulling zou gaan het door de profeet gesproken woord: Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, Ik zal openbaren wat verborgen is geweest vanaf de grondvesting der wereld.
Toen liet Hij de menigte gaan en keerde naar huis terug. Zijn leerlingen kwamen nu naar Hem toe en zeiden: ‘Leg ons de gelijkenis uit van dat onkruid op de akker.’
Hij gaf hun ten antwoord: ‘Die het goede zaad zaait, is de Mensenzoon;
de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Rijk;
het onkruid zijn de kinderen van het kwaad,
en de vijand die het zaaide, is de duivel. De oogst is het einde van de wereld
en de maaiers zijn de engelen.
Zoals nu het onkruid wordt bijeengebracht en in het vuur verbrand,
zo zal het ook gaan op het einde van de wereld.
De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Rijk bijeen­bren­gen
allen die tot zonde verleiden en onge­rech­tigheid bedrijven
om hen in de vuuroven te werpen, waar geween zal zijn en tandengeknars.
Dan zullen de rechtvaardigen in het Koninkrijk van hun Vader schitteren als de zon.

Wie oren heeft, hij luistere.
Woord van de Heer

Vruchtbaar onkruid

Wat wil ik uitroeien in mijn huwelijk? Het onkruid in mijn partner getuigt van de oogst van mijn hart. Hun onkruid wijst naar het mijne. Het is het ontwaken van het geweten van mijn ziel. Het is de smalle poort naar mijn goddelijke leven. Hun onkruid is de ploeg die mijn geest beroert en mijn ziel voorbereidt op het grote zaaien. Het is een gebrek aan begrip, het openstellen van mezelf door geloof voor de Voorzienigheid (zon, regen, droogte, overstroming, enz.). Het is, in Zijn hoop, het toestaan dat Christus mij ontdoet van alles wat ik niet ben. Het is het instrument van genade dat mijn leven voedt en transformeert tot overvloedige tarwe door Zijn Liefde. Als je het uitroeit, mis je iets!

Terug naar het huwelijksleven:

Maria had dagenlang enthousiast de maaltijd voor het gezin voorbereid. Toen haar man, Juan, haar zag, zei hij zonder erbij na te denken:

“Je hebt te veel gemaakt. Er zal wel wat overblijven. Het is altijd hetzelfde.”

Maria dacht: “Hij waardeert nooit wat ik doe.” Ze stond op het punt hard en koud te reageren, maar ze herinnerde zich de gelijkenis van het onkruid.

“Heer, dit is het onkruid dat ik in Johannes zie: zijn manier van spreken, die mij kwetst. Maar wat onthult het in mijn hart?”

Ze zweeg een paar seconden. Ze besefte dat, los van Johannes’ woorden, wat haar werkelijk pijn deed haar behoefte aan erkenning was, en dat alles volgens haar wensen moest verlopen.

Johannes merkte Maria’s stilte op en dacht ook na:

“Haar reactie onthult mijn gebrek aan tact. Heer, verander mijn hart.”

Hij kwam naar haar toe en zei:

“Vergeef me, Maria. Dank je wel voor alle liefde die je in de zorg voor het gezin hebt gestoken.”

“Nee, vergeef mij, Johannes,” antwoordde Maria. “De Heer wil mijn trots hiermee zuiveren.” Voordat hun familie arriveerde, baden ze samen om God te danken voor de weg die ze samen maakten:

“Jezus, help ons niet elkaars onkruid uit te roeien, maar U toe te staan, door middel daarvan, onze harten te transformeren.”

De moeilijkheden verdwenen niet, maar ze begrepen dat elkaars tekortkomingen, door genade, de weg konden worden naar het koesteren van het ware graan: de liefde van Christus in hun huwelijk.

Moeder,

U die vol genade bent, leid mij naar uw Zoon, de weg naar het eeuwige leven. Moge Hij voor eeuwig gezegend en geprezen worden, Hij die ons verlost heeft met Zijn bloed.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *