Dagelijks archief: 7 juli, 2026

Hij had medelijden. Overweging voor echtparen: Matteüs 9,32-38.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 9,3238.

In die tijd bracht men Jezus een stomme die door de duivel bezeten was.
Zodra de duivel was uitgedre­ven, begon de stomme te spreken. De mensen zeiden vol verbazing: ‘Nog nooit heeft men in Israël zo iets gezien.’
Maar de Farizeeën zeiden: ‘De vorst der duivels stelt Hem in staat de duivels uit te drijven.’
Jezus ging rond door alle steden en dorpen, waar Hij onderricht gaf in hun synagogen en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas.
Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder.
Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: ‘De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig.
Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.’
woord van de Heer.

Hij had medelijden.

Wat een mooie en zo noodzakelijke houding! Hoe vaak hebben we in ons huwelijk medeleven gemist? En daarom hebben we niet weten lief te hebben zoals Christus ons liefheeft, en hebben we onze partner in zijn of haar zonde in de steek gelaten.

Als we verdwaald zijn, omdat we van het pad zijn afgedwaald, willen we niet veroordeeld worden of met de vinger worden gewezen, maar we willen ook niet in de steek worden gelaten. Als we ons onwaardig voelen, vindt ons hart pas rust wanneer onze partner ons opneemt; juist dan hebben we het meest behoefte aan liefde van hem en van degenen waarvan we weten dat ze echt van ons houden, en dat is wat Jezus doet: Hij heeft medelijden en verlost ons.

Als we Christus willen volgen, moeten we dat niet alleen in woorden doen, maar ook in daden, en dat moet tot uiting komen in ons handelen. De menigten volgden Jezus omdat de andere ‘leiders’ niet consequent waren, maar Hij wel, en zo moeten wij ook zijn: Hem navolgen, medelijden hebben met onze partner en hem of haar liefhebben zoals Hij hem of haar liefheeft, en hem of haar helpen zijn of haar gaven te ontplooien zodat hij of zij kan worden tot wat hij of zij geroepen is.

Toegepast op het huwelijksleven:

Petrus: Belén, kun je me alsjeblieft helpen mijn portemonnee te vinden? Ik ben te laat voor mijn werk… Het zijn vast de kinderen die hem verstopt hebben. Ik heb je al duizend keer gezegd dat je strenger tegen ze moet zijn, anders nemen ze ons in de maling. Als je zou doen wat ik zeg, zou ik zeker niet in paniek naar mijn werk hoeven te gaan. Dit kan toch niet.

(’s Middags, wanneer Pedro thuiskomt)

Belén: Goedemiddag schat, hoe gaat het met je? Hoe ging het op het werk? Vanmorgen ben je een beetje boos vertrokken en ik heb gebeden om te weten wat ik zou kunnen doen om je te helpen, want ik zag hoe je leed. Dus heb ik de oppas gebeld en ik dacht dat we met z’n tweeën gaan eten in het restaurant hiernaast, we maken er een uitstapje van en dan vertel je me alles, wat vind je ervan?

Pedro: Tjonge, Belén, ik weet niet wat ik moet zeggen, je hebt me tot tranen toe geroerd. En ik dacht nog wel dat je me vanmorgen mijn manier van praten zou verwijten, dat ik boos en schreeuwend het huis uit ben gegaan… Maar ik zie geen oordeel in je blik, ik zie vergeving, ik zie medeleven, ik zie de Heer in jou, omdat je mijn lijden tot het jouwe hebt gemaakt. Je bent de beste, wat zou ik zonder jouw hulp moeten doen.

Belén: Maak je geen zorgen, schat, ik ben het die God dankt dat Hij mij de genade heeft gegeven om deze situatie vanuit Zijn Hart te dragen. Dus, als je het goed vindt, laten we Hem daarvoor bedanken tijdens ons korte gebedje voordat we gaan slapen, oké?

Pedro: Dat vind ik geweldig, je zult zien dat ik morgen, voordat ik van huis ga, als allerlaatste je een dikke afscheidskus zal geven!

Moeder,

We moeten de Heer kunnen vragen om ons te leren medeleven te tonen en elkaar lief te hebben zoals alleen Hij dat kan.

Eer en lof voor altijd aan de Heer!