
Toen Jezus op een sabbat het huis van een van de voornaamste Farizeeën binnenging
om de maaltijd te gebruiken, hielden zij Hem voortdurend in het oog.
Daar Hij opmerkte, hoe de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten, hield Hij hun de volgende gelijkenis voor:
Wanneer gij door iemand op een bruiloft wordt genodigd, ga dan niet aanliggen op de voornaamste plaats.
Het zou kunnen zijn, dat er door hem iemand is uitgenodigd die voornamer is dan gij,
en dat degene die u en hem genodigd heeft u komt zeggen: Sta uw plaats aan hem af.
Dan zoudt ge vol schaamte de minste plaats moeten innemen.
Maar ga, wanneer ge ergens genodigd wordt, op de minste plaats aanliggen.
Als degene die u heeft uitgenodigd dan komt, zal hij u zeggen: Vriend, ga wat hoger op.
Zo zal u een eer te beurt vallen in het oog van allen die met u aanliggen.
Want al wie zichzelf verheft zal vernederd, en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.’
Jezus, vandaag nodig je ons uit om de laatste plaats in te nemen, en in ons huwelijk is dat niet de plaats van degene die het minst waard is, maar van degene die zich aan de ander schenkt. Hoe belangrijk is het om hierop te letten! Het streven naar de eerste plaats betekent niet altijd dat we de leiding willen hebben of onze wil willen opleggen. Soms uit het zich in het verwachten dat de ander onze inspanningen erkent, in het gelijk willen hebben in een discussie, in het eisen van meer aandacht, meer begrip of meer dankbaarheid. En zonder dat we het willen, gaan we naar onszelf kijken, zien we alleen wat ons ontbreekt, groeit ons ‘ik’ en eindigen we met oordelen: ik doe meer…, ik lijd meer…, ik heb gelijk…. Vandaag stelt Jezus ons een revolutie van het hart voor: vrijwillig de laatste plaats kiezen. Want wanneer we de laatste plaats aanvaarden, beginnen we onszelf klein te maken, zodat U sterker in ons wordt en we met barmhartigheid naar de echtgenoot kunnen kijken en hem kunnen vragen: „Echtgenoot, hoe kan ik je helpen? Wat heb je van mij nodig? Hoe kan ik je vandaag gelukkig maken?” Door niet langer naar erkenning te zoeken, kunnen we een diepere gemeenschap ontdekken, ook al is die niet onmiddellijk en krijgen we niet het antwoord waarop we hopen. Dank U, Heer, want door ons sacrament zijn we geroepen om te leven als een voortdurend offer: de een voor de ander, en beiden voor God. Mijn echtgenoot wordt de concrete plek waar God mij roept om mijn leven over te geven. Moge elk luisteren, elke vergeving en elke verborgen dienst, verenigd met U, een offer aan de Vader worden via Maria. Zo wordt ons huwelijk, wanneer we onszelf niet langer centraal stellen, een altaar en een weg naar heiligheid.
Toegepast op het huwelijksleven:
Isabel: Nacho, na de ruzie van gisteren bleef ik wachten tot jij zou komen. Ik zei tegen mezelf: Deze keer is het aan hem om mij om vergeving te vragen. Maar ik miste je… Ik wilde dat we weer dichter bij elkaar zouden komen, en toch zette ik zelf ook geen stap. Ik bleef maar piekeren over wat me pijn had gedaan…
Nacho: Nou, ik zat er net zo bij, Isabel. Ik liep mijn redenen nog eens na, alsof we daarmee iets zouden oplossen… En ik stond niet stil bij hoe jij je had gevoeld. Vergeef me. Ik liet het aan jou over om de eerste stap te zetten, terwijl ik dat ook had kunnen doen.
Isabel: Vergeef mij ook. Toen ik vandaag naar Jezus luisterde, dacht ik: dit overkomt ons. Ik heb me gerealiseerd dat het kiezen van de laatste plaats begint met naar jou toe te gaan, ook al kost het me nog moeite, zonder te wachten tot jij als eerste komt.
Nacho: Ja, Isabel… Uiteindelijk heeft het weinig zin dat ik gelijk heb als we zo tegen elkaar staan. Ik wil ook dichter bij jou komen. Zullen we de Heer vragen ons te helpen? Ik wil niet blijven wachten tot jij de eerste stap zet. Kom, laten we samen bidden.
Neem onze overgave in je handen en breng die voor aan de Vader, verenigd met het offer van je Zoon. Gezegend en geprezen zijt Gij voor altijd, Heer.

