Categoriearchief: Sin categoría

Water dat prikkelt. Commentaar voor huwelijken: Johannes 2, 1-11

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Johannes 2, 1-11

In die tijd was er een bruiloft te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was.
Jezus en zijn leerlingen waren eveneens op die bruiloft uitgenodigd.
Toen de wijn opraakte, zei de moeder van Jezus tot Hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’
Jezus zei tot haar: ‘Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet geko­men.’
Zijn moeder sprak tot de bedienden: ‘Doet maar wat Hij u zeggen zal.’
Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik der Joden zes stenen kruiken, elk met een inhoud van twee of drie metreten.
Jezus zei hun: ‘Doet die kruiken vol water. Zij vulden ze tot bovenaan toe.’
Daarop zei Hij hun: ‘Schept er nu wat uit en brengt dat aan de tafelmeester.’ Dat deden ze,
en zodra de tafelmeester het water proefde dat in wijn veranderd was (hij wist niet waar die wijn vandaan kwam, 
maar de bedienden die het water geschept hadden, wisten het wel), riep hij de bruidegom en zei hem:
‘Iedereen zet eerst de goede wijn voor en wanneer men eenmaal goed gedron­ken heeft 
de mindere. U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.’
Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid. 
En zijn leerlingen geloofden in Hem.

Woord van de Heer.

Water dat prikkelt.

Als het in ons huwelijk aan wijn ontbreekt, grijpt Maria altijd in. Jezus heeft zuiveringsvaten nodig om het wonder te verrichten dat onze liefde verandert in Zijn liefde. En dat vat van zuivering moet mijn hart zijn, en het water waarmee het gevuld wordt moet mijn zelfverloochening zijn. Het is water dat naar me toekomt en prikkelt, omdat het in mijn hart moet gisten om ruimte te maken voor de wijn die de Heer in mij maakt, waardoor mijn hart van steen verandert in een hart van vlees.

Toegepast op het getrouwde leven

Álvaro: Ik maak op dit moment een heel vreemde situatie mee. Een moeilijke situatie waarin mijn echtgenote mij tegen haar ervaart, terwijl ik haar met al mijn kracht probeer te helpen. Ik voel een enorme machteloosheid, omdat ze meestal klaagt dat ik haar niet help, maar als ik mijn best doe om haar te helpen, voelt ze zich een vijand. Wat kan ik doen?
Mamen: Breng je offer aan Maria zodat ze naar de Heer gaat en het zal de Heer zijn die tussen jullie zal handelen. Hij zal doen…, maak je geen zorgen, je huwelijk zal de goede wijn oogsten.

Moeder,

Er is zo weinig dat in onze handen ligt, dat we op niets anders kunnen hopen dan op de Heer zelf die zich uit liefde aanwezig stelt. Prijs Zijn Heilig Hart.

Minder is meer. Commentaar voor huwelijken: Marcus 2, 13-17

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus 2, 13-17

Eens ging Jezus naar de oever van het meer. Al het volk kwam naar Hem toe en Hij onderrichtte hen.
In het voorbijgaan zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, aan het tolhuis zitten en sprak tot hem: ‘Volg Mij.’ De man stond op en volgde Hem.
Terwijl Jezus eens in diens woning te gast was, lag met Hem en zijn leerlingen 
ook een groot aantal tollenaars en zondaars aan, want er waren er velen die Hem volgden.
De farizeese schriftgeleerden die zagen dat Hij at met zondaars en tollenaars, 
zeiden tot zijn leerlingen: ‘Hoe kan Hij eten en drinken met tollenaars en zondaars?’
Jezus hoorde dit en antwoordde hun: ‘Niet de gezonden hebben een dokter nodig, 
maar de zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’
Woord van de Heer.

Minder is meer.

Je moet het hart van de Heer kennen om dit evangelie te begrijpen. Zijn hart brandt van liefde voor ons. Paus Franciscus zegt in “Dilexit nos” dat “Jezus de grote nieuwigheid bracht van de erkenning van de waardigheid… vooral van die mensen die als ”onwaardig“ werden gekwalificeerd… een nieuw principe… waardoor mensen meer ‘waard’ zijn voor respect en liefde, hoe zwakker, hoe ellendiger en lijdender ze zijn”.
Dus, hoe ellendiger, hoe meer liefde waard? Dat is het hart van Christus.

Toegepast op het huwelijksleven:

Rocío: Er is een stuk in ons huwelijk dat ondersteboven is geplaatst, want voor God is ons “minder” Zijn “meer”.
Jaime: Ik begrijp er niets van. Je werd vandaag filosoferend wakker en ik ben ten einde raad.
Rocío: Hahaha. Ja, voor mij geldt: hoe ellendiger je bent, hoe minder waardig ik je vind, hoe minder je mijn liefde verdient. En voor de Heer is het net andersom.
Jaime: Dus, hoe ellendiger de ander is, hoe meer liefde waard? Nu blaas je me echt omver.
Rocío: Maar dat betekent toch niet dat je me expres slecht moet behandelen?
Jaime: Haha, nee vrouw. Ik kan het me niet voorstellen…
Rocío: Bekijk het zo. Hoe lager je valt, hoe meer je opgetild moet worden. Maar je wilt toch niet naar beneden vallen?
Jaime: Nee, natuurlijk niet! Ik wil altijd goed gehumeurd zijn.
Rocío: Zo heb ik het graag, mijn echtgenoot.

Moeder,

Wie is als God? Loof Zijn Heilig Hart.

Bedankt voor je geloof. Commentaar voor huwelijken: Marcus 2, 1-12

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus 2, 1-12

Toen Jezus enige dagen later in Kafarnaüm was terugge­keerd, en men hoorde dat Hij thuis was,
stroomden de mensen in zulk een aantal samen, dat zelfs de ruimte voor de deur 
geen plaats meer bood toen Hij hun zijn leer verkondig­de.
Men kwam een lamme bij Hem brengen, die door vier mannen gedragen werd.
Omdat zij wegens de menigte geen mogelijkheid zagen hem dicht bij Jezus te brengen, 
legden ze het dak bloot boven de plaats waar Hij zich bevond, 
maakten er een opening in en lieten het bed, waarop de lamme uitgestrekt lag, zakken.
Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de lamme: ‘Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.’
Er zaten enkele schrift­geleerden bij en dezen zeiden bij zichzelf:
‘Wat zegt die man daar? Hij spreekt godslas­terlijk! Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen?
Uit zichzelf wist Jezus aanstonds dat zij zo redeneer­den, en Hij zei hun: ‘Wat redeneert gij toch bij uzelf?
Wat is gemakkelij­ker, tot de lamme te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of: Sta op, neem uw bed op en loop?
Welnu, opdat ge zult weten, dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te verge­ven, sprak Hij tot de lamme:
Ik zeg u, sta op, neem uw bed mee en ga naar huis.’
Hij stond op, nam zijn bed en voor aller ogen ging hij onmiddellijk naar buiten. Iedereen stond er versteld van, 
en ze verheerlijkten God en zeiden: ‘Zoiets hebben wij nog nooit gezien.’

Woord van de Heer.

 

Bedankt voor je geloof.

De Heer is de Redder en Hij gebruikt elke maas in de wet om ons te redden. Vandaag zien we hoe Hij het geloof van de dragers van de draagbaar gebruikt om de verlamde te redden. Wat is hier de verdienste van de verlamde?
De Farizeeën daarentegen grijpen elke omstandigheid aan om te veroordelen.
De houding van de Heer vervult me met hoop, want ik zie dat Hij bereid is om elk motief aan te grijpen om mij te redden.
Mogen we geen farizeese echtgenoten voor elkaar zijn, maar echtgenoten die levend water dragen.

Toegepast op het huwelijksleven:

Johannes: Vandaag, echtgenote, wil ik je hartelijk danken voor je geloof.
Julia: En ik voor het jouwe, want het helpt me enorm om naar de Heer toe te gaan.
Johannes: Ik wil jou vandaag danken omdat de Heer door jouw geloof zijn verlossende kracht over mij uitstort als jij erom vraagt en jezelf voor mij aanbiedt.
Julia: Ook dat. Dank u Heer voor het geloof van mijn echtgenoot.
Moeder,

Hoe ver reikt de liefde van de Heer voor mij, hoe ver reikt zijn barmhartigheid? Prijs Hem voor altijd.

Willen en kunnen. Commentaar voor huwelijken: Marcus 1, 40-45

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus 1, 40-45

In die tijd kwam een melaatse bij Jezus die op zijn knieën viel en Hem smeekte: ‘Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.’
Door medelijden bewogen stak Hij de hand uit en raakte hem aan en sprak tot hem: ‘Ik wil, word rein.’
Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd.
Terwijl Hij hem wegstuurde, vermaande Hij op strenge toon:
‘Zorg ervoor dat ge aan niemand iets zegt, maar ga u laten zien aan de priester
en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorgeschreven, om ze het bewijs te leveren.’
Eenmaal vertrokken begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen
en ruchtbaar­heid aan de zaak te geven, met het gevolg,
dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen verbleef.
Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.

Woord van de Heer.

Willen en kunnen.

“Willen” en “kunnen” zijn twee werkwoorden waartussen een enorme afstand bestaat, in situaties zoals die van deze melaatse. Maar voor de Heer gaan de twee altijd samen, want wat hij wil doen kan hij altijd doen, en wat hij kan doen wil hij altijd doen.
In ons geval daarentegen, in zaken van liefde en genezing, willen we veel maar kunnen we niets. En op andere momenten kunnen we veel en willen we toch niets.
Er zijn dus veel momenten waarop ik meer van mijn echtgenoot kan houden en ik niet meer van hem wil houden. Ik wil het niet omdat ik moe ben, of omdat ik hem of haar zat ben, of omdat ik denk dat hij of zij het niet verdient, of omdat ik gekwetst ben door iets wat hij of zij mij heeft aangedaan, of ik wil het niet omdat ik denk dat hij of zij niet van mij houdt.
Vandaag draait Jezus de zin naar me terug en stelt hij me voor aan mijn echtgenoot die gewond is door de zonde (ik sluit mijn ogen en overdenk hem in mijn hart). Na een paar ogenblikken naar hem gekeken te hebben, zegt Jezus tegen me: Als je wilt, kun je meer van hem of haar houden. Eens kijken of ik net als Hij reageer en zeg: Ik wil!

 

Toegepast op getrouwd leven:

Fran: Als je wilt, kun je me vergeven.
Patri: Ik ben erg gekwetst door jou en ik wil je niet vergeven.
Fran: Kan ik op zijn minst een knuffel krijgen?
Patri: Ik wil je geen knuffel geven, want die verdien je niet.
(De volgende dag gaat Patri biechten en de priester geeft haar geen absolutie. Als ze thuiskomt…)
Patri: Echtgenote, ik ben thuis. Kun je komen?
Fran: Ik kom!
Patri: Ik wilde je vergeven voor gisteren. De Heer heeft me vandaag een lesje geleerd, want de priester kon me geen absolutie geven voor mijn zonden omdat ik je niet wilde vergeven.
Fran: Oh, Patri… Dank je dat je me vergeven hebt.
Patri: Vergeef je me?
Fran: Nou, nu wil ik je niet vergeven… Nee, vrouw! Het is een grap. Natuurlijk wil ik dat. Kom in mijn armen!

Moeder,

Hoeveel dingen wil de Heer door ons doen en doet het niet uit respect voor onze vrijheid, al die keren dat we wel kunnen maar niet willen. Vandaag zeggen we tegen u: Wij zijn uw dienaren, Heer! U zij geprezen.

Meneer moe. Commentaar voor huwelijken: Marcus 1, 29-39

Evangelie van de dag

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Marcus 1, 29-39

In die tijd kwam Jezus uit de synagoge kwam, en ging Hij met Jakobus en Johannes naar het huis van Simon en Andreas.
De schoonmoeder van Simon lag met koorts te bed; zij spraken Hem aanstonds over haar.
Hij ging naar haar toe, pakte ze bij de hand en deed haar opstaan: zij werd vrij van koorts en bediende hen.
In de avond, na zonsondergang, bracht men allen die lijdend of bezeten waren bij Hem.
Heel de stad stroomde voor de deur samen.
Velen die aan allerhande ziekten leden, genas Hij en Hij dreef tal van geesten uit, maar Hij liet niet toe dat de boze geesten spraken, omdat zij Hem kenden.
Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten 
en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef bidden.
Simon en zijn metgezellen kwamen Hem achterop
en toen ze Hem gevonden hadden, zeiden ze: ‘Iedereen zoekt U.’
Hij antwoordde hun: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de omtrek, 
opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe ben Ik immers uitgegaan.’
Hij trok door heel Galilea, predikte in hun synagogen en dreef de boze geesten uit.
Woord van de Heer.

Meneer moe.

Jezus heeft die nacht duidelijk weinig geslapen. Hij was laat klaar en moe, zeker, maar hij moest opstaan om te bidden. En hij was de Zoon van God.
Geliefden, het is geen tijd om te rusten, de oogst is overvloedig en het is Gods wil dat er niemand verloren gaat.
Het is dus geen tijd om te rusten, het is een tijd om je leven te geven.

Toegepast op het getrouwde leven:

Carmen: Er is een kwaad dat de meerderheid van de bevolking teistert. Weet jij wat het is?
Luis: Wat is het?
Carmen: Vermoeidheid. Tegenwoordig is iedereen erg moe. Ikzelf klaag vaak over vermoeidheid. Maar ik denk niet dat ik me dat kan veroorloven. Er is zoveel te doen voor de Heer en voor de redding van huwelijken.
Luis: Je hebt gelijk. Ik heb me ook gerealiseerd dat het enige dat echt rust geeft, afgezien van slaap, die noodzakelijk is, het gebed is.
Carmen: Rust in de Heer. Je hebt gelijk. Nou, ik heb mezelf voorgenomen om me niet zo bewust te zijn van mijn zogenaamde vermoeidheid, want het is als een donker gat dat me in de val lokt en hoe meer ik me erin laat meeslepen, hoe meer het me in de val lokt. Dus als ik me moe voel, zal ik opstaan met de Heer en mezelf meer geven of met Hem bidden. Doe je met me mee?
Luis: Het is gewoon dat ik moe ben.
Carmen: Hahaha, wat ben je gek. Kom op, meneer moe, sta op en geef me een kus.

Moeder,

we zijn geschapen om leven te geven zoals Christus het gaf. Prijs Hem voor altijd.