Lezing uit het heilige evangelie volgens Marcus
Toen koning Herodes nu over Jezus hoorde, want zijn naam was bekend geworden, zei hij:
‘Johannes de doper is verrezen uit de doden en daarom werken die wonderkrachten in hem.’
Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia ‘, en weer anderen: ‘Hij is een profeet zoals andere profeten.’
Maar toen Herodes dit alles hoorde, zei hij: ‘Neen, het is Johannes, die ik onthoofd heb, die verrezen is.’
Herodes had namelijk zelf Johannes laten grijpen en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want hij had haar tot zijn vrouw genomen.
Johannes had immers tot Herodes gezegd: ‘Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben.’
Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem doden, maar zij kreeg geen kans, want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was, en nam hem in bescherming. Telkens wanneer hij hem gehoord had, verkeerde hij in tweestrijd; maar toch luisterde hij graag naar hem.
Er kwam echter een gunstige dag, toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn hoofdofficieren en de vooraanstaanden van Galilea.
De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten.
Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: ‘Wat zou ik vragen?’
Deze antwoordde: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’
Zij haastte zich naar de koning en zei hem haar verlangen:
‘Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft.’
Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgenoten wilde hij haar niet afwijzen.
Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem
het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofdde hem in de gevangenis.
Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje;
het meisje gaf het weer aan haar moeder.
Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.
Vandaag zien we hoe Johannes de eerste martelaar wordt omdat hij de Waarheid verdedigt, de enige waarheid die de Waarheid van God over het huwelijk is. En we zien dat waar geen waarheid is, de zonde binnenkomt, en dat de ene zonde tot de andere leidt, als een domino waarbij het eerste stukje ervoor zorgt dat het volgende omvalt, en zo verder. Want in Herodes is geen waarheid, hij leeft in leugen en bedrog, getrouwd met de vrouw van zijn broer, en dit leidt hem tot de hoogmoed om niet in een kwaad daglicht te staan bij de gasten, en dit leidt hem op zijn beurt tot moord…
Want wanneer we de plannen die God voor ons heeft doorbreken, leidt dit tot een destructieve spiraal waaruit het moeilijk kan zijn om te ontsnappen als we niet op God rekenen.
De Heer toont ons de Waarheid, we hebben nederigheid nodig en moeten in waarheid leven, onze beperkingen en onze overtredingen tegen God en mijn vrouw erkennen om de gemeenschap met Hem en met mijn vrouw te kunnen herstellen.
En dus vragen we ons vandaag af:
Hoe vaak faal ik in mijn verbond met God en waardeer ik mijn echtgenoot niet genoeg? Ben ik trouw in tegenspoed, of alleen in voorspoed? Heb ik mijn man lief zoals God wil dat ik hem liefheb, of alleen zoals het mij uitkomt?
Johannes gaf zijn leven om het huwelijk te verdedigen, en ik…
Hoe geef ik mijn leven voor mijn echtgenoot in de kleine dingen van elke dag door tijd, luisteren, geduld en trouw?
En als er moeilijkheden zijn, vecht ik dan voor mijn huwelijk of zoek ik mijn gemak met shortcuts die inspanning en strijd vermijden?
Geef ik mijn leven om iets zo heiligs als mijn huwelijk te verdedigen?
Geef ik mezelf volledig?
Toegepast op het huwelijksleven:
Stella: Ik heb een vreselijke dag gehad… zodra Karel thuiskomt, eten we en gaan we naar bed.
Karel: Stella, ik ben thuis! Ik heb afgesproken om wat te gaan drinken in de bar beneden, en daarna gaan we allemaal voetbal kijken en ergens eten, gaan we?
Stella: Karel, ik ben heel erg moe… geen sprake van!
Karel: Daar ga je weer, moe zijn, werk… ik ben echt met het werk van mijn vrouw getrouwd…
Stella: En dat terwijl ik non-stop werk om een fatsoenlijke vakantie te kunnen hebben! Ga toch weg! Ga maar alleen, ik ben beter af alleen thuis.
Karel: Oké, ik ga weg!
Onderweg ziet Karel dat zijn parochie open is, en daar in zijn berouwvolle hart handelt de Heer… Hij laat hem zien hoe hij zich beetje bij beetje van Stella heeft verwijderd, hoe een steeds grotere afstand hem van Stella scheidde, en herinnert hem eraan dat de Heer met nederigheid alles kan doen. Dus besluit Karel naar huis terug te keren, de plannen te annuleren en om vergeving te vragen.
Karel: Stella, ik ben thuis, vergeef me dat ik al een tijdje geen aandacht aan je heb besteed.
Stella: Nee, vergeef jij mij, ik heb al weken veel werk en weer stel ik mijn werk boven alles.
Karel: Zal ik het avondeten maken en eten we de soep die je zo lekker vindt, en daarna bidden we?
Stella: Dat is een geweldig plan, Karel. Ik dank God voor je nederigheid.
Karel: En ik dank Hem dat Hij me altijd opvangt.
Moeder,
Mogen wij, net als u, leven in het besef dat de Heer in ons sacrament aanwezig is, en mogen wij altijd voor ogen houden dat door mijn man lief te hebben, ik Hem liefheb. Geprezen zij de Heer!
