Dagelijks archief: 3 februari, 2026

Heb je geloof? Commentaar voor echtparen: Marcus 5, 21-43

Evangelie van de dag

Lezing uit het heilige evangelie volgens Marcus

In die tijd, toen Jezus weer met de boot overgestoken was, stroomde veel volk bij Hem samen. Terwijl Hij zich aan de oever van het meer bevond,
kwam er een zekere Jaïrus, de overste van de synago­ge. Toen hij Hem zag viel hij Hem te voet en smeekte Hem met aandrang:
‘Mijn dochtertje kan elk ogenblik sterven, kom toch haar de handen opleggen, opdat ze mag genezen en leven.’
Jezus ging met hem mee. Een dichte menigte vergezelde Hem en drong van alle kanten op.
Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed;
zij had veel te verduren gehad van een hele reeks dokters en haar gehele vermogen uitgegeven,
maar zonder er baat bij te vinden; integendeel het was nog erger met haar geworden.
Omdat zij over Jezus gehoord had, drong zij zich in de menigte naar voren en raakte zijn mantel aan.
Want ze zei bij zichzelf: ‘Als ik slechts zijn kleren kan aanraken, zal ik al genezen zijn.’
Terstond hield de bloeding op en werd ze aan haar lichaam gewaar, dat ze van haar kwaal genezen was.
Op hetzelfde ogenblik was Jezus zich bewust dat er een kracht van Hem was uitgegaan; 
Hij keerde zich te midden van de menigte om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’
Zijn leerlingen zeiden tot Hem: ‘Gij ziet dat de menigte van alle kanten opdringt en Gij vraagt: Wie heeft mij aangeraakt?’
Maar Hij liet zijn blik rondgaan om te zien wie dat gedaan had.
Wetend wat er met haar gebeurd was, kwam de vrouw zich angstig en bevend voor Hem neerwerpen en bekende Hem de hele waarheid.
Toen sprak Hij tot haar: ‘Dochter, uw geloof heeft u genezen. 
Ga in vrede en wees van uw kwaal verlost.’
Hij was nog niet uitgesproken, of men kwam uit het huis van de overste van de synagoge met de boodschap: 
‘Uw dochter is gestorven. Waartoe zoudt ge de Meester nog langer lastig vallen?’
Jezus ving op wat er bericht werd en zei tot de overste van de synagoge: ‘
Wees niet bang, maar blijf geloven.’
Hij liet niemand met zich meegaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus.
Toen zij aan het huis van de overste kwamen, zag Hij het rouwmis­baar van mensen die luid weenden en weeklaagden.
Hij ging naar binnen en zei tot hen: ‘Waarom dit misbaar en geween? Het kind is niet gestorven, maar slaapt.’
Doch ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten en ging met zijn metgezellen 
en de vader en moeder van het kind het vertrek binnen, waar het kind lag.
Hij pakte de hand van het kind en zei tot haar: ‘Talita koemi ‘; 
wat vertaald betekent: ‘Meisje, Ik zeg je, sta op.’
Onmiddellijk stond het meisje op en liep rond; want het was twaalf jaar. 
En ze stonden stom van verbazing.
Hij legde hun nadrukke­lijk op, dat niemand het te weten mocht komen, 
en voegde eraan toe, dat men haar te eten moest geven.
Woord van de Heer.

Heb je geloof?
In deze passage zien we twee gebeurtenissen of wonderen, maar ze hebben één ding gemeen: geloof. Ten eerste de vrouw met bloedvloeiing, die ‘alleen maar’ de mantel wilde aanraken. Zij geloofde in Jezus en vertrouwde op zijn genezende kracht. Ten tweede Jaïrus, die Jezus ging zoeken omdat hij wist dat alleen Hij zijn dochter kon genezen.
Om ons geloof effectief te laten zijn en niet te bezwijken voor verleidingen, is het noodzakelijk dat we heel dicht bij de Heer zijn, Hem tegemoet gaan, Zijn mantel willen aanraken, dat Hij ons Zijn hand reikt, maar… hoe doen we dat? Door in de aanwezigheid van God te zijn; in de eucharistie, in het gebed, door de Heer aanwezig te maken in ons huwelijk, zodat Hij alles kan genezen wat wij niet kunnen genezen, vergeven, alles wat ons belemmert om vooruit te komen, maar het belangrijkste is dat we moeten geloven dat Hij dit mogelijk maakt.
God is onze Vader en Hij vindt het geweldig als we Hem om hulp vragen, Hij wil dat we Hem om hulp vragen, daarom vraagt Hij wie Zijn mantel heeft aangeraakt, want Hij wil niet dat we achter Hem aan lopen of ons schamen, maar dat we naar Hem toe gaan om Hem om hulp te vragen, dat we Hem in de ogen kijken en zo, van gelaat tot gelaat, met Hem praten.

Toegepast op het huwelijksleven:

Alberto: Noor, voor deze komende retraite hebben we een aantal taken gekregen die we volgens mij niet kunnen uitvoeren… we zijn er niet klaar voor, ik denk dat er een aantal vaardigheden voor nodig zijn die we niet hebben.
Nuria: Je hebt gelijk Alberto, ik dacht net hetzelfde.
Alberto: Zullen we ze dan maar zeggen dat ze beter een ander echtpaar kunnen zoeken om het te doen?
Noor: Laten we iets beters doen: laten we vanmiddag naar het Heilig Sacrament gaan en het aan Jezus vertellen, we gaan Hem vertellen wat Hij al weet, dat we onvolmaakt zijn, dat we niet in staat zijn en dat we het aan Hem overlaten om al deze taken die ons zijn toevertrouwd al dan niet uit te voeren.
(Na de retraite en nadat alle taken zijn uitgevoerd)
Alberto: Wat had je gelijk, Noor! Het was een wonder! Heb je gezien hoe goed alles is verlopen? Ondanks onze onhandigheid en onze zwakheid zijn de resultaten indrukwekkend. Er gaat echt niets boven geloof en je overgeven aan de Heer, zodat Hij Zijn werk kan doen.

Moeder,

Wat een geluk dat we elkaar kunnen steunen en altijd op de Heer kunnen vertrouwen, zoals u dat deed. Moge Hij voor altijd gezegend en geprezen zijn!