Evangelie van de dag
Een lezing uit het Heilige Evangelie volgens Johannes 5, 31-47
Er is een ander de over mij getuigt, en Ik weet dat de getuigenis die Hij over Mij aflegt, geloofwaardig is.
Gij hebt een gezantschap naar Johannes gestuurd en deze heeft getuigd voor de waarheid.
Weliswaar behoef Ik de getuigenis van een mens niet, maar Ik zeg dit opdat gij gered zult worden.
Hij was de lamp, ontstoken om te verlichten, en een korte tijd hebt gij u in zijn licht willen verheugen.
De getuigenis echter die Ik bezit, is waardevoller dan die van Johannes, want het zijn juist de werken die de Vader Mij gegeven heeft om te volbrengen en die Ik ook volbreng, die van Mij getuigen, dat Ik door de Vader gezonden ben.
Ook de Vader zelf die Mij zond, heeft getuigenis over Mij afgelegd. Zijn stem hebt gij nimmer gehoord noch zijn gestalte gezien, en
zijn woord hebt gij niet blijvend in u, omdat gij Degene die Hij zond niet gelooft.
Gij onderzoekt de Schriften in de mening daarin eeuwig leven te vinden, maar juist dezen getuigen over Mij.
En toch wilt gij niet tot Mij komen om het leven te vinden.
Ik zoek niet door de mensen geëerd te worden,
maar Ik weet dat gij in uw hart geen liefde tot God hebt.
Ik ben gekomen in de naam van mijn Vader en toch aanvaardt Gij Mij niet. Komt een ander in zijn eigen naam, dan zult gij hem wel aanvaarden.
Maar hoe zoudt gij ook kunnen geloven als gij van elkaar eer tracht te verwerven, terwijl gij de eer die van de enige God komt, niet zoekt?
Meent niet, dat Ik u bij de Vader zal aanklagen. Er is al iemand die u aanklaagt: Mozes, op wie gij uw hoop hebt gesteld.
Want als ge Mozes zoudt geloven, zoudt ge ook Mij geloven, want juist over Mij heeft hij geschreven.
Als ge niet gelooft wat hij schreef, hoe zoudt ge dan geloven wat Ik spreek?’
Vandaag vraagt de Heer ons: Hoe kunt u geloven, u die heerlijkheid van elkaar aanneemt en niet de heerlijkheid zoekt die van de ene God komt?
We kunnen zeggen dat we geloven en we kunnen onze mond vullen door te zeggen dat we christenen zijn, maar als ik de heerlijkheid zoek die mijn echtgenoot mij kan geven, dan zoek ik niet de heerlijkheid van God, dat wil zeggen, ik geloof niet in Hem, want als ik echt in Hem zou geloven, dan zou ik weten dat Hij alle eer en alle glorie en alle lof verdient.
Heer, moge ik niet proberen om mij Uw glorie toe te eigenen.
Toegepast op het getrouwde leven:
Martha: Je houdt niet van me, want als je van me hield zou je me bewonderen.
Ramón: Dat is niet waar. Ik hou wel van je en ik bewonder je heel erg, maar meer dan om wat je doet of om je gaven, bewonder ik je om de waardigheid die God je heeft willen geven.
Marta: Dat is waar. Alles wat waardig is in mij komt echt van God. Vergeef me, Heer, dat ik in de verleiding ben gekomen om van mijn echtgenoot te eisen dat hij mij verheerlijkt. Vergeef me, echtgenoot.
Ramon: Zie je, ik wist dat je uiteindelijk God zou verheerlijken. Dat je Hem erkent is wat jou groot maakt in Zijn ogen, en dat is wat Hij mij over jou laat zien. Ik hou van je.
Moeder,
Aan Hem alle eer en alle glorie voor eeuwig en altijd. Amen.