Lezing uit het Heilige Evangelie volgens Lucas
In die tijd vertelde Jezus, met het oog op sommigen, die overtuigd van eigen gerechtigheid, de anderen minachtten, de volgende gelijkenis.
‘Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de een was een Farizeeer en de andere een tollenaar.
De Farizeeer stond met opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt: God, ik dank u dat ik niet zo ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar.
Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten.
Maar de tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs niet zijn ogen opheffen naar de hemel; maar hij klopte zich op de borst, en zei: God wees mij, zondaar, genadig.
Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere, want alwie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.’
Rechtvaardig is degene die zijn vertrouwen in God stelt en leeft om Zijn wil te vervullen. Maar wanneer we onze blik van Christus afwenden, stellen we ons vertrouwen in onszelf, en zo is het heel gemakkelijk om in de verleiding te komen onszelf beter te vinden dan anderen, en dan komt de hoogmoed. Meteen ontstaat er in het hart een neiging tot vergelijken, oordelen, veroordelen… Dit kan ons ook in ons huwelijk overkomen. Mijn man doet dit niet, of hij doet dat, of hij doet het wel, maar op een andere manier dan ik het zou doen, of hij bidt niet zoals ik vind dat hij zou moeten doen… ik veroordeel hem in mijn hart en voel me beter dan hij.
De Heer waarschuwt ons in dit evangelie voor het gevaar van schijnbare naleving: ik doe alsof en lieg. Onze weg bestaat niet uit het naleven van een reeks regels, maar uit het oprecht zoeken naar wat God op elk moment van mij wil. Met welke intentie doe ik de dingen? Om voor de anderen te schijn, of om God te behagen? Echtgenoten, laten we elkaar bij de hand nemen en samen aan Christus vragen om barmhartigheid en genade voor ons, en ons het plan te tonen dat Hij voor ons huwelijk heeft.
Toegepast op het huwelijksleven:
Elena: Andreas, vanmiddag dacht ik dat als je laat thuiskwam, dat kwam omdat je geen interesse had om te helpen met het baden en het avondeten van de kinderen, en ik vond dat ik beter ben dan jij omdat ik altijd thuis ben bij hen.
Andreas: Het spijt me, Elena, schat. Ik was nog iets aan het afmaken op het werk en de tijd vloog voorbij, ik had niet eens door hoe laat het al was.
Elena: Maar weet je wat? Toen ik erover ging bidden, besefte ik dat ik het eigenlijk niet goed deed, omdat ik de dingen niet uit liefde deed, maar omdat ik geen andere keuze had, omdat het moest. Dus heb ik God om vergeving gevraagd, en ik vraag jou om vergeving, omdat ik niet heb geweten hoe ik op Gods liefde voor mij moest reageren. En ook omdat ik je verkeerd heb beoordeeld.
Andreas: Nee, vergeef jij mij, want ik heb weer gefaald in mijn prioriteiten. Ik heb mijn werk boven jullie gesteld, terwijl ik me nu realiseer dat ik prima eerder naar huis had kunnen komen om je te helpen met de taken van de kinderen, en mijn werk daarna had kunnen afmaken. Ook ik heb mijn hart niet gelegd waar het hoorde.
Elena: Vanaf nu ga ik meer op mijn hart letten om alles uit liefde te doen.
Andreas: En ik ga ook beter opletten om meer van jullie te houden, om eerder naar huis te gaan en de taken met jou te delen.
Elena: We zijn erg zwak, en we vallen meteen. Laten we de Heilige Geest om hulp vragen. Zonder de genade van God lukt het ons niet.
Andreas: Ja, en laten we de Maagd vragen om voor ons te bemiddelen.
Moeder,
Leer ons en help ons om alert te zijn, zodat we altijd vanuit ons hart de wil van de Vader doen, zoals U dat uw hele leven hebt gedaan. Gezegend en verheerlijkt zijt Gij, Moeder! Geprezen zij de Heer voor altijd!

