Lezing uit het heilige evangelie volgens Lucas
In die tijd, bij het tolhuis gekomen, richtte Jezus zijn blik op een tollenaar die daar zat, een zekere Levi. Hij zei tot hem: ‘Volg Mij.’
De man stond op, liet alles achter en volgde Hem.
Levi nu bood Hem in zijn huis een groot feestmaal aan, waarbij onder anderen talrijke tollenaars met hen aanlagen.
De Farizeeën, met name de schriftgeleerden onder hen, morden daarover tegen zijn leerlingen: ‘Waarom,’ zeiden ze, ‘eet en drinkt gij met tollenaars en zondaars?’
Maar Jezus nam het woord en sprak: ‘Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen maar om zondaars te roepen, opdat ze zich bekeren.’
Helena: Bram, vandaag was prachtig. Zoveel echtparen die het nieuws met open hart ontvingen… sommigen zelfs met tranen in hun ogen… hoe de Heer in hun harten aan het werk was! En daarna, wat een grote genade om Hem in de eucharistie te ontvangen en te voelen hoe Hij in ons het werk bevestigde dat Hij zelf was begonnen.
Bram: Schat, ik heb het ook zo ervaren. Toen de priester zei dat wij instrumenten waren geweest, voelde ik een diepe vreugde… en ook ontzag. Te bedenken dat iets dat zo kwetsbaar is als wij, een kanaal van Zijn genade kan worden. En… toch liet ik kort daarna de klei waaruit ik gemaakt ben zien met mijn boze reactie tegen de eigenares van de hond.
Helena: Bram, het was maar even… maar ja… het deed pijn. Daarom ben ik naar je toe gegaan en heb ik je hand vastgepakt. Toen ik tegen je zei: “We blijven de eucharistie op straat”, was het de Heer die ons teder corrigeerde.
Bram: Helena, toen ik dat hoorde, werd ik rustig en begreep ik dat de Eucharistie niet ophoudt als we de kerk verlaten, maar dat we geroepen zijn om te allen tijde in zijn aanwezigheid te blijven, alert op de kleine beproevingen.
Helena: Bram! Vandaag heeft de Heer ons twee genaden geschonken: ons laten ervaren hoe Hij onze armoede kan gebruiken en ons tegelijkertijd op een delicate manier laten zien op welke punten Hij ons nog moet zuiveren.
Bram: Ach… Helena… wat ben ik toch kwetsbaar… en hoe oneindig is het geduld van de Heer, die mij via jou tegemoet is gekomen.
Moeder,
Leer ons om met jouw ogen naar elkaar te kijken en met jouw hart van elkaar te houden, zodat we bij elke beproeving met tederheid en hoop kunnen reageren. Gezegend en geprezen zijt Gij voor altijd, Heer.
