Lezing uit het Heilige Evangelie volgens Johannes
De leerlingen keken elkaar aan, in het onzekere wie Hij bedoelde.
Een van de leerlingen, degene die door Jezus bemind werd, lag dicht tegen Jezus aan.
Simon Petrus gaf hem een teken en vroeg hem: ‘Wie bedoelt Hij?’
Toen leunde deze tegen Jezus’ borst en zei tot Hem: ‘Heer, wie is het?’
Jezus antwoordde: ‘Hij is het aan wie Ik het stuk brood zal geven dat Ik ga indopen.’ Na het stuk brood te hebben ingedoopt, reikte Hij het toe aan Judas Iskariot.
En toen hij dit had aangenomen, voer de satan in hem. Jezus zei hem: ‘Wat gij te doen hebt, doe dat spoedig.’
Maar niemand van de aanliggenden begreep waarom Hij dit tot hem zei.
Omdat Judas de beurs hield, meenden sommigen dat Jezus hem opdroeg: ‘Koop wat wij voor het feest nodig hebben ‘, of dat hij iets aan de armen moest geven.
Toen hij het stuk brood had aangenomen, ging hij terstond weg. Het was nacht.
Na diens vertrek zeide Jezus: ‘Nu is de Mensenzoon verheerlijkt en God is verheerlijkt in Hem.
Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in zichzelf verheerlijken, ja, Hij zal Hem spoedig verheerlijken.
Kindertjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn. Gij zult Mij zoeken, en zoals Ik tot de Joden gezegd heb: Waar Ik heenga, kunt gij niet komen, zo zeg Ik het thans tot u.
Simon Petrus zei Hem: ‘Heer, waar gaat Gij naar toe?’ Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen, later wel.’
Petrus vroeg Hem: ‘Heer, waarom kan ik U niet terstond volgen? Mijn leven zal ik voor U geven.’
Jezus antwoordde: Uw leven zult gij voor Mij geven? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Nog eer de haan kraait, zult ge Mij driemaal verloochend hebben.’
Als we dit evangelie lezen en even bij onszelf te rade gaan, zien we dat we soms meer op de ene of de andere discipel lijken, en dat we moeten ‘kiezen’ wat voor soort partner we willen zijn:
Soms kunnen we zijn zoals Judas: meer van onszelf houden dan van God, en daardoor niet in staat zijn om van iemand anders te houden. Ogenschijnlijk trouw, maar diep in ons hart weten we dat we onze partner verraden wanneer we maar kunnen, omdat we ons eigen voordeel en geluk boven dat van anderen stellen.
Op andere momenten kunnen we Petrus zijn: waarbij in bepaalde situaties de strijd ontstaat tussen onze eigenliefde en de liefde voor God. We zijn trouwe en toegewijde echtgenoten, maar af en toe bekruipt ons de angst en twijfelen we of we een verkeerde keuze hebben gemaakt in ons huwelijk, twijfelen we aan de gave die onze echtgenoot is.
En we kunnen ook als Johannes zijn: wanneer we een zuivere en volledig toegewijde liefde voor God belijden, een liefde zonder dubbelzinnigheid, waarmee we standvastig blijven in onze verbintenis omdat we verenigd zijn met de Heer en het is die eenheid die ervoor zorgt dat ons sacrament elke dag groeit en vernieuwd wordt.
Zoals we kunnen zien, hangt het niet af van wat wij willen, maar is het de soort verbintenis die we met de Heer hebben die bepaalt wat voor ‘discipel-echtgenoot’ we kunnen worden.
Toegepast op het huwelijksleven:
Alex: Ana, ik herinner me dat toen we trouwden, ik dat deed omdat ik wilde dat jij me gelukkig zou maken; ik zocht boven alles mijn eigen geluk. Jij was als een ‘middel’ om dat te bereiken.
Ana: Ik begrijp je, Alex… het is waar dat je op dat moment niet erg verbonden was met de Heer en soms was die interesse van jou merkbaar in de manier waarop je dingen deed.
Alex: Ja… Godzijdank begon ik beetje bij beetje te begrijpen waar dit allemaal om draaide en besefte ik dat ik er ook veel voor moest doen, hoewel ik af en toe twijfels had en er in die tijd momenten waren dat ik me afvroeg of ik een fout had gemaakt door met jou te trouwen.
Ana: Ik herinner me die jaren nog goed, het waren zware jaren, maar ik klampte me vast aan de Heer en bad Hem om veel kracht en om trouw te blijven, zodat Hij jou zou helpen te geloven in het sacrament zoals Hij het bedoeld had.
Alex: Dankzij het Project liet de Heer me inzien dat we in ons huwelijk op Hem moesten rekenen, dat dit niet alleen een zaak van ons tweeën was, en zo begon ik ervoor te strijden, met gebed en sacramenten.
Ana: Inderdaad, nu zijn we een nieuw huwelijk, omdat we het allebei hebben gegrondvest op onze liefde voor God, waardoor Hij in onze harten en midden in ons huwelijk is. De Heer kan alles nieuw maken!
Moeder,
Dank U dat U ons naar Uw Zoon hebt geleid en ons onder Uw mantel beschermt.
Gezegend en geprezen zij de Heer!

